Hoofdstuk 1: Lieve Lila en haar dromen
Lila was een vrolijk meisje van drie jaar. Ze had glanzend bruin haar, dat in de zon glinsterde. Haar ogen waren groot en blauw, zoals de lucht op een mooie dag. Lila hield van spelen met haar vrienden in het park. Ze hield van de schommels, de glijbaan en vooral van het zand. Maar er was iets wat Lila heel graag wilde: ze wilde dat iedereen hetzelfde kon doen, ongeacht of ze een jongen of een meisje waren.
Op een zonnige ochtend liep Lila hand in hand met haar mama naar het park. "Mama," vroeg Lila, "waarom mogen jongens soms niet met poppen spelen?" Mama glimlachte en zei: "Dat is een goede vraag, Lila. Iedereen moet kunnen doen wat hij of zij leuk vindt, of je nu een jongen of een meisje bent."
Lila knikte. "Ja! Ik wil dat iedereen kan spelen met wat hij of zij wil!" zei ze enthousiast. Haar mama zei: "Dat is een mooi idee, Lila! Je kunt dat ook aan je vrienden vertellen."
Hoofdstuk 2: De campagne van Lila
In het park zag Lila haar vriendjes, Tom en Sara. Tom was een jongen met een grote glimlach, en Sara was een meisje met een mooie roos in haar haar. Lila riep: "Tom! Sara! Kom, ik heb een idee!" De twee kwamen snel naar haar toe.
"Wat is jouw idee, Lila?" vroeg Sara nieuwsgierig. Lila legde uit: "Ik wil dat iedereen in het park kan spelen met wat hij of zij leuk vindt. Jongens kunnen met poppen spelen, en meisjes kunnen met auto's spelen. Dat is leuker voor iedereen!"
Tom en Sara keken naar elkaar en knikten. "Dat klinkt goed!" zei Tom. "We kunnen samen een spelletje maken," voegde Sara toe. Lila sprong op en neer van blijdschap. "Ja! Laten we een spel maken over spelen met alles!"
Ze besloten een groot bord te maken met afbeeldingen van jongens die met poppen speelden en meisjes die met auto's speelden. Ze gebruikten kleurpotloden en stiften om het bord mooi te versieren. Lila schreef met grote, vrolijke letters: "Iedereen mag spelen met wat hij of zij wil!"
Hoofdstuk 3: Samen spelen en plezier maken
De volgende dag gingen Lila, Tom en Sara naar het park met hun grote bord. Ze lieten het zien aan alle kinderen die aan het spelen waren. "Kijk!" riep Lila. "Kijk naar ons bord! Iedereen mag met wat hij of zij wil spelen!"
Aanvankelijk keken de kinderen een beetje verbaasd. Maar toen ze het bord zagen, begonnen ze te glimlachen. Een jongen met een voetbal zei: "Ik wil ook met een pop spelen!" En een meisje met een pop zei: "En ik wil met een auto spelen!"
Lila en haar vrienden waren zo blij. Iedereen begon te spelen met dingen die ze leuk vonden, ongeacht of ze jongens of meisjes waren. Het park vulde zich met gelach en plezier. Lila voelde haar hartje warm worden. "Kijk, mama! Iedereen is gelukkig!" riep ze.
Haar mama kwam naar het park en knikte trots. "Je hebt iets moois gedaan, Lila. Iedereen kan nu samen spelen en plezier maken." Lila glimlachte en zei: "Ja, mama! Iedereen is gelijk!"
En zo leerde Lila en haar vrienden dat het belangrijk is om eerlijk en aardig te zijn, en dat iedereen mag doen wat hij of zij leuk vindt. Dat maakte het leven leuker voor iedereen.
Lila snouwde een diepe adem in, vol van vreugde en liefde. "Ik vind het fijn dat iedereen samen kan spelen," zei ze. En terwijl de zon onderging, speelden ze nog lang door, samen, blij en gelijk.