Op een zonnige ochtend wordt kleine Muis wakker in haar zachte bedje. Ze rekt zich uit en glimlacht. Vandaag is het speelmiddag op het veld. Alle dieren komen samen om te spelen, te lachen en nieuwe dingen te proberen.
Muis voelt zich blij. Ze trekt haar gele sjaaltje aan en loopt naar buiten. Op het veld ziet ze haar vrienden: Konijn, Eekhoorn, Uil en Schildpad. Ook zien ze Vosje, die graag met poppen speelt, en Beer, die van dansen houdt. Iedereen doet waar hij of zij blij van wordt.
“Zullen we voetbal spelen?” vraagt Konijn. Muis knikt. Beer en Vosje doen ook mee. Eekhoorn en Schildpad willen eerst kijken. Ze maken twee teams. Iedereen mag kiezen waar hij of zij wil staan. Muis wordt keeper. Ze vindt het spannend, maar haar vrienden zeggen: “Goed zo, Muis!”
Het spel begint. Eekhoorn juicht telkens als iemand de bal schopt. Beer maakt een mooi doelpunt, en Vosje lacht. “Wat kun jij goed voetballen, Vosje!” roept Muis. “Dankjewel,” zegt Vosje blij.
Na het spel zegt Schildpad zachtjes: “Mag ik ook proberen?” Iedereen knikt. “Natuurlijk, Schildpad. Iedereen mag meedoen!” zegt Uil. Schildpad is niet zo snel, maar dat maakt niet uit. Ze mag de bal schoppen. De anderen wachten rustig. Muis klapt in haar pootjes: “Goed gedaan, Schildpad!”
Even later pakt Eekhoorn haar springtouw. “Wie wil touwtjespringen?” vraagt ze. Beer lacht. “Ik,” zegt hij. “Mag ik ook?” vraagt Vosje. “Natuurlijk!” zegt Eekhoorn. Ook Muis wil proberen. Ze springen samen, steeds hoger. Soms struikelt iemand. Dan lachen ze met elkaar en proberen ze het opnieuw.
Dan horen ze een stem. Het is Kip, die stil in het gras zat. “Mag ik ook meedoen met touwtjespringen?” vraagt ze. Konijn glimlacht. “Iedereen mag meedoen, Kip! Of je nu een jongen of meisje bent, of anders, we spelen samen.”
Muis kijkt rond. Iedereen doet wat hij of zij leuk vindt. Soms is iemand snel, soms niet. Soms houdt iemand van dansen, soms niet. Dat is goed zo. Muis voelt zich warm vanbinnen. Ze denkt: iedereen mag zichzelf zijn. Dat is fijn.
Eekhoorn wil een spelletje doen waar je complimenten geeft. Ze zitten in een kring. Iedereen zegt iets liefs tegen degene naast zich. “Vosje, jij bent goed in dansen,” zegt Beer. Vosje lacht breed. “Muis, jij bent een knappe keeper,” zegt Uil. Muis bloost. “Dankjewel,” zegt ze zacht.
Dan zegt Muis: “Ik vind het fijn dat iedereen mag kiezen wat hij of zij wil doen. Voetballen, dansen, springen, alles kan. We zijn allemaal anders, maar we horen bij elkaar.” De dieren knikken. “Dat is waar,” zegt Konijn. “Iedereen is welkom.”
Op het einde van de middag zitten ze samen in het gras. De zon schijnt nog steeds. Muis kijkt naar haar vrienden. Ze ziet dat iedereen blij is. Ze voelt zich trots. Ze durft nu te zeggen: “Het is belangrijk dat we elkaar respecteren. Ieder dier is goed zoals het is.”
De vrienden kijken naar Muis. Uil knipoogt en glimlacht breed. Muis weet: haar vrienden zijn trots op haar. Ze geven elkaar een warme, blije blik. Alles is goed. Samen zijn ze sterk en gelukkig.