Hoofdstuk 1: Luka en de Regenboogschool
Luka is vier jaar oud. Luka heeft krullend bruin haar en grote, lieve ogen. Luka woont in een vrolijk huis met mama en papa. Elke dag gaat Luka naar de Regenboogschool, samen met zijn beste vriendin Noor. Op de Regenboogschool spelen jongens en meisjes altijd samen. Ze lachen samen, ze leren samen, en iedereen mag alles proberen.
Op een ochtend stapt Luka de klas binnen. Juf Kim lacht naar hem. “Goedemorgen Luka!” zegt ze. Noor zit al aan tafel met blokken. “Kom je samen bouwen?” vraagt Noor. “Ja!” roept Luka blij. Ze bouwen een hoge toren. Luka zet de laatste blok bovenop. “Knap gedaan!” zegt Noor.
Dan komt Sam erbij. Sam is ook vier jaar. Sam kijkt naar het bouwspel. “Mag ik ook meedoen?” vraagt hij. Noor schuift een blok naar Sam. “Natuurlijk!” zegt ze. Iedereen lacht.
Luka kijkt om zich heen. Op de speelmat spelen meisjes met auto's. In de poppenhoek spelen jongens met poppen. Iedereen doet waar hij of zij blij van wordt. Luka vindt dat heel fijn.
Hoofdstuk 2: Luka's Idee
Tijdens het fruiteten luistert Luka naar de kinderen. Sommige kinderen zeggen: “Ik mag niet met de vrachtwagen spelen, want dat is voor jongens.” Anderen zeggen: “Poppen zijn voor meisjes.” Luka wordt een beetje verdrietig. “Maar dat klopt niet,” zegt Luka zacht. “Iedereen mag alles doen.”
Luka denkt diep na. Luka wil dat iedereen zich fijn voelt. Luka bedenkt een plannetje. Na school vraagt hij aan mama: “Mag ik een poster maken voor de klas?” Mama knikt. Samen tekenen ze een grote, vrolijke poster. Op de poster staan jongens én meisjes die voetballen, tekenen, koken, timmeren en dansen. Bovenaan schrijven ze samen: “Iedereen mag alles doen!”
De volgende ochtend neemt Luka de poster mee naar school. “Kijk juf Kim, dit is mijn poster!” roept Luka trots. Juf Kim kijkt blij. “Wat een prachtig idee, Luka!” zegt Juf Kim. “Wil je aan de klas vertellen wat het betekent?”
Luka knikt. “Op deze poster zie je jongens en meisjes. Ze doen allemaal dingen die ze leuk vinden. Het maakt niet uit of je een jongen of een meisje bent. Iedereen mag alles proberen!”
Hoofdstuk 3: Samen Sterk
Juf Kim hangt de poster op. Alle kinderen komen kijken. Noor zegt: “Ik wil vandaag met de blokken spelen én kleuren!” Sam zegt: “Ik ga ook met de poppen spelen.” Iedereen lacht.
Luka voelt zich trots. Hij ziet dat de kinderen blij zijn. Noor fluistert: “Dankjewel Luka, nu durf ik alles te proberen.” Luka geeft haar een dikke knuffel.
In de klas speelt iedereen samen. Niemand zegt nog: “Dat is alleen voor jongens” of “Dat is alleen voor meisjes.” Juf Kim zegt: “Wat fijn dat we allemaal mee mogen doen. Zo maken we samen een fijne klas.”
Na school zegt papa: “Hoe was jouw dag, Luka?” Luka lacht breed. “We hebben samen gespeeld. Iedereen mocht alles doen. Jongens en meisjes zijn allebei bijzonder.”
Papa tilt Luka op. “Dat is waar, Luka. Iedereen mag zichzelf zijn. Iedereen is gelijk.”
Luka knikt. Hij voelt zich warm vanbinnen. Luka weet: als je samenwerkt, als je lief bent voor elkaar, dan kan iedereen zichzelf zijn. En dat is het mooiste wat er is.