Hoofdstuk 1: Lila op de Speelplaats
Lila is vier jaar. Lila heeft krullend haar en een grote glimlach. Lila houdt van spelen, rennen en lachen. Elke dag gaat Lila naar de speelplaats. Daar spelen ook andere kinderen. Lila speelt graag met blokken. Ze bouwt hoge torens en mooie huizen.
Op een dag ziet Lila haar vriendje Sam. Sam heeft kort haar en lacht altijd heel vrolijk. Sam kijkt naar Lila en zegt: "Mag ik ook met de blokken spelen, Lila?"
Lila knikt. "Ja, natuurlijk! Iedereen mag met blokken spelen."
Dan komt Noor erbij. Noor heeft vlechtjes in haar haar en houdt van auto's. Noor vraagt: "Mag ik met de auto's spelen, Sam?"
Sam kijkt even verbaasd. "Maar auto's zijn toch voor jongens?" zegt hij zachtjes.
Lila schudt haar hoofd. "Nee, Noor mag ook met auto's spelen. Iedereen mag alles spelen!"
Noor lacht. "Dank je, Lila!" Noor pakt een rode auto en rijdt ermee over het tapijt.
Meester Tom kijkt en zegt: "Jullie doen het goed! Iedereen mag kiezen wat hij of zij leuk vindt. Iedereen is belangrijk."
Lila is blij. Ze vindt het fijn dat iedereen mag meedoen.
Hoofdstuk 2: De Campagne van Lila
De volgende dag neemt Lila haar lievelingspop mee naar school. Het is een pop met een blauwe broek en een gele trui. Lila zegt tegen de klas: "Vandaag wil ik iets vertellen. Jongens en meisjes mogen alle dingen samen doen. Jongens mogen ook met poppen spelen. Meisjes mogen ook met auto's spelen."
Sam steekt zijn hand op. "Mag ik met de pop spelen, Lila?"
Lila knikt. "Natuurlijk, Sam! We kunnen samen spelen."
Sam pakt de pop en lacht. "Kijk, de pop rijdt in de auto!"
Noor vindt het leuk en zegt: "En ik bouw nu een hoge toren!"
De kinderen lachen samen. Ze delen de blokken, de auto's en de poppen. Iedereen speelt met alles wat hij of zij wil.
Meester Tom zegt: "Wat doen jullie dat goed! Het is fijn dat jullie samen delen. Iedereen is gelijk. Iedereen mag kiezen wat hij of zij leuk vindt."
Lila glimlacht. Ze weet dat ze iets goeds doet.
Hoofdstuk 3: Lila is een Heldin
Op de derde dag maakt Lila een mooie poster. Op de poster staan kinderen die samen spelen. Bovenaan schrijft Lila, samen met meester Tom: "Iedereen mag alles spelen!"
Lila laat de poster aan iedereen zien. "Kijk, jongens en meisjes samen! Iedereen is gelijk!"
Meester Tom hangt de poster op in het lokaal. Alle kinderen klappen in hun handen. Ze juichen: "Iedereen mag alles spelen!"
Sam zegt: "Dank je, Lila! Nu weet ik dat ik met poppen mag spelen."
Noor zegt: "Dank je, Lila! Nu weet ik dat ik met auto's mag spelen."
Lila lacht. "Samen spelen is fijn. Samen delen is fijn. Iedereen is belangrijk."
Op de speelplaats spelen de kinderen samen. Jongens en meisjes, met auto's, met blokken, met poppen. Iedereen mag kiezen waar hij of zij blij van wordt. Lila kijkt rond en is trots. Ze weet: iedereen hoort erbij, iedereen is gelijk, iedereen mag meedoen.
En zo zijn Lila en haar vriendjes altijd blij samen. Ze weten nu: jongens en meisjes zijn gelijk. Iedereen mag alles spelen. Iedereen mag zichzelf zijn. Dat is fijn. Dat is eerlijk. Dat is samen.