Tom ligt in zijn bedje, zacht en warm. Het dekentje is licht, zijn knuffel is naast hem. Zijn ogen zijn groot, hij kijkt omhoog. Mama zit naast hem, haar hand op zijn hoofd. De kamer is stil. Buiten fluistert de wind.
Tom ademt rustig. In en uit. Hij voelt zijn buikje bewegen. Een zacht geluid klinkt. Ting, ting, ting. Het is zijn kleine carillon. De belletjes zingen langzaam mee. Tom voelt zich fijn. Hij voelt zich rustig.
Boven Tom verschijnt licht. Het is een kleine cocon, gemaakt van sterretjes. De sterretjes dansen om hem heen. Ze geven zacht licht, niet te fel. Het is warm, het is veilig. Tom glimlacht. Alles is goed.
Daar komt een sterretje naar beneden. Het sterretje is zacht en klein. Het sterretje zwaait. Tom steekt zijn vinger uit. Het sterretje landt op zijn vinger. Het kriebelt een beetje, heel zacht. Tom lacht. Het sterretje lacht terug.
Samen ademen ze langzaam. In en uit. Ting, ting, ting. Het sterretje wiegt op zijn vinger. Tom voelt zich licht. Hij voelt de rust in zijn lijfje. Zijn hartje klopt rustig. Tik, tik, tik. Zijn gedachten worden stil.
Het sterretje fluistert: “Jij bent lief. Jij bent goed. Je mag rusten.” Tom sluit zijn ogen. Zijn armen zijn los, zijn benen ontspannen. Hij voelt de ster op zijn vinger. Het licht is zacht, de kamer is veilig.
Tom voelt zich rustig. Zijn hartje wordt kalm. Zijn lijfje voelt warm. De ster houdt zijn vinger vast. Tom zucht diep. Hij laat alles los.
Langzaam valt Tom in slaap. Hij droomt van licht en vriendelijke sterren. Zijn ademhaling is langzaam, zijn dromen zijn zacht. Tom rust. Alles is lief. Alles is goed.