Lukas ligt in zijn bedje. Mama zit naast hem. "Laten we een beetje ademen," zegt mama zacht. Lukas haalt diep adem. In en uit. Mama doet mee. Ze ademen samen. "Zo, heel rustig," fluistert mama.
Buiten is de maan groot en rond. "Kijk, Lukas, de maan zegt gedag," zegt mama. Lukas glimlacht. Zijn ogen worden zwaar. Mama legt haar hand op zijn buikje. "Voel maar, je buik gaat op en neer," zegt ze. Lukas voelt het. Het voelt fijn.
Mama zingt een zacht liedje. Een liedje over sterren die stralen. Lukas luistert. Zijn ogen gaan langzaam dicht.
In gedachten ziet Lukas een grote, zachte wolk. Hij ligt erop. De wolk drijft zachtjes. Langzaam zweeft hij door de lucht. De sterren knipogen naar hem. "Slaap zacht," lijken ze te zeggen.
Lukas zucht diep. Zijn lichaam wordt zwaar en warm. Het is tijd om te slapen. Mama geeft hem een kus. "Droom maar fijn," zegt ze.
Lukas hoort mama nog. Maar hij is al ver weg. Hij zweeft op zijn wolk. De nacht is stil en mooi.
Als we rustig ademen, kunnen we fijn dromen.