De kamer is stil. Drie jongens zitten samen. Ze heten Sam, Bram en Joep. De zon is bijna weg. Ze voelen zich warm en blij. Mama zegt: “Het is tijd om rustig te worden.”
Sam ligt op zijn zachte kussen. Bram pakt zijn knuffelbeer. Joep kijkt naar de gordijnen die zacht bewegen. Sam ademt diep in en uit. “Voel je buikje omhoog gaan,” zegt mama zacht. Sam blaast langzaam uit. “Zo, heel rustig,” zegt mama nog eens.
Bram lacht zachtjes. Hij legt zijn hand op zijn buik. Ook Bram ademt diep in. Zijn buikje wordt dik. Dan blaast hij uit. “Als een ballon,” fluistert Joep. De jongens lachen samen.
Mama doet voor. Ze steekt haar armen omhoog, rekt zich uit als een kat. “Juist zo,” zegt mama. De jongens strekken hun armen. Ze voelen zich lekker lang. Dan laten ze hun armen zachtjes zakken. Ze worden rustig en loom.
Joep gaat liggen. “Mijn lijf is zwaar,” zegt hij zacht. “Ik wil slapen.”
Sam en Bram gaan ook liggen. Ze sluiten hun ogen. “We dromen van de zon, van bloemen en van zachte wolken,” zegt mama.
De kamer is warm. De jongens horen hun adem. In… uit… in… uit…
Hun lijfjes zijn zo rustig als stilte. Mama aait zacht over hun haren.
De jongens zijn blij. Ze zijn veilig. Ze vallen langzaam in slaap.
Samen ontspannen en rustig zijn helpt om fijn te slapen.