Er was eens een kleine jongen genaamd Tim. Tim hield van kijken naar de wolken. "Kijk, mama," zei Tim, "een wolk als een zachte teddybeer." Mama glimlachte. "Wolken zijn als dromen, Tim. Ze gaan ver weg."
Tim woonde in een groot huis met een tuin. In de tuin was er een oude appelboom. De boom fluisterde zachtjes in de wind. "Hallo, Boom," zei Tim. "Waarom fluister je zo?" De boom antwoordde niet, maar zijn bladeren ritselden.
Op een zonnige dag ontmoette Tim een klein konijntje. "Hallo konijn," zei Tim. "Wat zoek je?" Het konijntje keek rond. "Ik zoek iets speciaals," piepte het konijn. "Waar zoek je naar?" vroeg Tim. Maar het konijntje hipte weg.
Tim dacht na. "Misschien zoekt het konijn zijn thuis," zei hij tegen de boom. De boom zuchtte en een appel viel zachtjes neer. Tim pakte de appel op. "Dank je, Boom," zei hij vrolijk.
Tim besloot het konijntje te helpen. Hij volgde het pad naar het bos. "Kom, konijn," riep Tim. Het konijntje stopte en keek om. Samen vonden ze een gezellige plek vol bloemen. "Is dit goed?" vroeg Tim. Het konijntje sprong blij op en neer.
Tim glimlachte. "Iedereen heeft een plekje nodig om zich thuis te voelen," fluisterde hij. Hij keek omhoog naar de wolken. "Net als de wolken vliegen wij ver," bedacht hij.
Als Tim terug naar huis liep, voelde hij zich blij. "Mama," riep hij, "ik heb het konijn geholpen!" Mama omhelsde Tim. "Goed gedaan, Tim," zei ze. "Vriendelijkheid maakt de wereld mooi."
En zo ontdekte Tim dat helpen en delen de wereld vrolijk maken, net als het kijken naar de wolken.