Het is avond. Lina zit op haar bed.
De kamer is zacht en stil en warm.
De Maan kijkt door het kleine raam.
Lina kijkt terug en lacht heel klein.
Bij haar voet ligt Rust, de kat.
Rust spint traag en maakt een rond geluid.
Bij het gordijn wiegt Wind met zachte handen.
Op de rand kruipt Tijd, een lieve slak.
Lina fluistert: "Wat is leven?"
De Maan geeft licht, elke nacht weer.
Wind blaast en laat het gordijn zwaaien.
Tijd tikt en maakt een klein spoor.
Rust ademt traag en hoort het kleine hart.
Daar komt Druk, een bal met veel sprong.
Druk roept: "Meer! Meer! Snel! Snel!"
Lina klapt en kijkt naar Rust de kat.
Druk hopt nog en rolt dan heel zacht.
Rust stopt de bal naast Lina haar voet.
Lina kust haar beer en denkt heel lang.
Klein voelt groot en ver voelt heel dichtbij.
Zij tikt haar knie en telt zachtjes mee.
Haar adem gaat heen en weer, heel rustig.
De kamer is stil en heel, heel zacht.
De Maan zakt en het licht blijft binnen.
Lina fluistert: "Waar ben ik goed voor?"
Tijd zegt: "Voor nu, mijn kind. Voor nu."
Lina sluit haar ogen en lacht vanbinnen.
Moraal: Klein gaan en zacht kijken maakt het leven groot.