Kleine Tim zit in de klas. Het is carnaval! Tim is blij. Hij wil een olifant zijn. Een grote, grijze olifant.
Juf zegt: "We maken kostuums!" Tim lacht. "Ik wil oren!" roept Tim. Grote oren. Juf knikt. "Laten we knippen."
Tim knipt. Knip, knip, knip. Grote oren! Tim is blij. "Nu een slurf," zegt Tim. Een lange slurf. Juf helpt. "Rol het papier," zegt ze. Samen rollen ze. Rollen, rollen, rollen. Tim lacht. Hij heeft een slurf!
Tim kijkt rond. Zijn vriendje Sam wil een leeuw zijn. "Roooaar!" zegt Sam. Tim lacht. "Ik ben een olifant!" zegt Tim. Sam lacht ook. "Goed zo, Tim!"
Nu is het tijd voor de parade. Alle kinderen lopen. Tim zwaait met zijn slurf. "Kijk naar mij!" roept hij. "Ik ben een olifant!"
Juf roept: "Wie wil een spel doen?" Tim steekt zijn hand op. "Ik wil!" roept hij. Het spel is leuk. Tim moet ballonnen prikken. Pop! Pop! Pop! Tim lacht. Hij wint een prijs. Een grote, glanzende medaille. "Goed gedaan, Tim!" zegt juf.
De dag is bijna voorbij. Tim is moe, maar blij. Hij had veel plezier. Carnaval is leuk! Met zijn oren en slurf gaat Tim naar huis. Mama lacht als ze Tim ziet. "Wat een mooie olifant," zegt ze.
Tim geeuwt. "Ik hou van carnaval," zegt hij zachtjes. En dan valt hij in slaap. Een kleine olifantendroom.