Lila is blij. Het is carnaval in het dorp. Lila draagt een rode hoed. Ze heeft een grote, groene ballon. Mama lacht. Papa zwaait. Lila danst.
Plots is het druk. Veel mensen. Iedereen lacht. Lila kijkt links. Ze kijkt rechts. Waar is mama? Waar is papa? Lila is even alleen. Lila kijkt rond.
Daar komt een grote beer. De beer zwaait. Het is een meneer in een pak! Lila lacht. Samen dansen ze in de straat. Ze zien een prinses. De prinses heeft een mooie, blauwe jurk. Ze geeft Lila een glinsterende veer.
Lila loopt verder. Ze ziet een clown. De clown maakt een ballon hondje. “Woef!” zegt Lila. De clown lacht hard. Lila krijgt het hondje. Nu heeft Lila twee ballonnen.
Opeens hoort Lila muziek. Tamboerijnen en trommels. Ze volgt de muziek. Ze ziet een stoet. Mensen dansen. Iedereen zwaait met gekleurde linten. Lila zwaait haar ballon.
Daar! Ze ziet mama's jas! Ze ziet papa's hoed! Lila rent snel. Mama tilt haar op. Papa geeft haar een kus. “Wat een feest!” zegt papa.
Lila is blij. Ze zwaait naar de beer, de prinses en de clown. Samen lachen ze. Samen dansen ze. Het carnaval is magisch. Lila voelt zich veilig. Lila is thuis.