Mila was bijna vier. Ze droeg een papieren hoedje en zei: “Ik ben speurder Mila.” Naast haar stond Bo, ook bijna vier. Hij had een rode jas. En Noor was er ook, bijna vier. Noor zat in haar kleine rolstoel met glinsterende sterretjes op de wielen. Ze lachte: “Ik kan ook speuren. Ik kan heel goed kijken.”
Vandaag was het rustig in de kinderopvang. Er lagen blokken. Er stond een tafel met kleurpotloden. En in de hoek stond een doos met stickers.
Juf Sara riep zacht: “O nee… mijn stickerboek is weg. Het boek met de lieve dierenstickers.” Ze keek rond. “Wie wil helpen zoeken?”
“Wij!” riepen de drie.
Mila klapte in haar handen. “Eerst kalm. Eerst kijken. Dan denken.” Ze wees naar de vloer. “Wat zien we?”
Bo boog. “Ik zie kruimels. Kleine broodkruimels.”
Noor rolde een beetje dichterbij. “En ik zie iets wits.” Ze wees. Het was een klein papiertje.
Mila pakte het voorzichtig. “Een briefje!” Ze keek heel serieus. Op het briefje stonden dikke, zwarte letters. Mila zei langzaam: “K-I-K-K-E-R.”
Bo kneep zijn ogen dicht. “Dat is… schrijven! Kikker.”
Noor knikte. “Ik ken dat woord. Kikker is groen. Kikker springt.”
Mila glimlachte. “We hebben een hint. We moeten naar iets met een kikker.” Ze keek naar juf Sara. “Juf, waar is er een kikker hier?”
Juf Sara dacht even. “In de leeshoek staat een boek met een kikker op de kaft. En bij de wasbak hangt een handdoek met kikkertjes.”
“Leeshoek!” zei Bo meteen.
“Of wasbak!” zei Noor.
Mila tikte op haar kin, net als in een echt speurboek. “We doen het netjes. Eerst de plek die dichtbij is. Dat is de wasbak.” Ze liep, Bo liep mee, Noor rolde rustig achter hen aan.
Bij de wasbak hing de handdoek met kikkertjes. Mila keek erachter. Bo keek onder de kruk. Noor keek naar de prullenbak.
“Hier!” riep Noor. “Ik zie een groen stickerhoekje.” In de prullenbak lag een losse kikkersticker.
Bo schrok een beetje, maar niet te veel. “Is de sticker weggeggooid?”
Mila praatte zacht. “Geen paniek. We zoeken gewoon verder. Misschien is het per ongeluk.”
Toen zagen ze nog iets. Op de rand van de wasbak zat een natte veeg. En op de grond lag een klein spoor van waterdruppels. Druppel, druppel, druppel, naar de gang.
“Waterdruppels zijn ook hints,” zei Mila. “We volgen ze.”
Ze liepen en rolden achter de druppels aan. De druppels gingen naar de knutseltafel. Daar stonden de kleurpotloden. En daar lag nog een briefje.
Bo pakte het briefje en gaf het aan Mila. “Lees jij?”
Mila las: “B-E-E-R. Beer.”
Noor giechelde. “Beer is bruin. Beer houdt van honing.”
Bo keek rond. “Ik zie een bruine beer… op de puzzeldoos!”
Mila knikte. “Dus de puzzelhoek.” Ze gingen naar de puzzelhoek. Daar lag de grote puzzeldoos met een beer erop.
Mila keek achter de doos. Bo keek onder de plank. Noor keek naast de mand met knuffels.
Bo fluisterde: “Ik zie… een stukje van het stickerboek!” Het stak uit achter een kussen.
Mila trok het er zachtjes uit. “Gevonden!” Maar het boek was een beetje nat aan de hoek.
Noor wees naar de knuffelmand. “Daar zit ook iets.” Ze haalde een kleine knuffel eruit: een eendje. Het eendje had natte pootjes.
Op dat moment kwam Finn aanlopen. Finn was bijna vier en had rode wangen. Hij hield zijn handen achter zijn rug. Hij keek naar het boek en naar de eend.
Mila ging op haar hurken. “Finn, wij zijn speurders. We willen eerlijk zijn. Weet jij iets van het stickerboek?”
Finn keek naar zijn schoenen. Toen zei hij heel zacht: “Ik… ik wilde de eend een sticker geven. Een kikkersticker. Want eend is mijn vriend. Maar toen viel het boek in het water bij de wasbak. Ik schrok. Ik heb het verstopt.”
Juf Sara kwam erbij en ging naast Finn zitten. Haar stem was warm. “Dank je dat je het zegt, Finn. Eerlijk zijn is heel knap. Volgende keer kom je meteen naar mij, goed?”
Finn knikte. “Sorry.”
Mila glimlachte. “We kunnen het samen oplossen. Dat doen speurders.”
Bo zei: “We drogen het boek.”
Noor zei: “En de eend kan een sticker krijgen, maar met vragen.”
Ze gingen naar de tafel. Juf Sara pakte een doekje. Mila hield het boek open. Bo depte zacht de natte hoek. Noor gaf Finn één kikkersticker.
Finn plakte de sticker op een klein kaartje, niet op de eend. “Voor eend,” zei hij. “Maar eerst vragen.”
Iedereen lachte. Juf Sara sloeg het stickerboek dicht. “En nu een beloning voor de speurders: een verhaaltje in de leeshoek.”
Mila zette haar papieren hoedje recht. “Zaak opgelost. Met kijken, denken, en eerlijk zijn.”
Bo knikte. “En met waterdruppels.”
Noor rolde vrolijk mee. “En met vriendjes die helpen.”