Begin
Mila is drie. Ze heeft een kleine rugzak en een grote glimlach. Vandaag speelt ze detective in de woonkamer. Alles is rustig en warm.
Opa komt binnen met een kopje thee. “Mila, mijn rode sok is weg,” zegt hij. “Alleen één. Dat is gek.”
Mila zet haar handen in haar zij. “Ik help!” zegt ze zacht.
Ze pakt haar speur-blokje: een vel papier met een cirkel erop. “Eerst kijken,” fluistert ze. “Dan vragen.”
Op de vloer liggen blokken. Op de bank ligt een kussen. In de gang staat een schoen. Mila ziet ook iets belangrijks: een klein rood pluisje bij de deur.
“Hmm,” zegt Mila. “Een spoor!”
Midden
Mila loopt naar mama in de keuken. “Mama, zag jij opa's rode sok?”
Mama schudt haar hoofd. “Ik niet. Maar ik zag wel de wasmand. Die ging net naar boven.”
Mila knikt. “Wasmand. Dat is een hint.”
Ze gaat naar papa, die een toren bouwt. “Papa, zag jij een rode sok?”
Papa lacht. “Ik zag iets roods onder de tafel. Misschien een auto. Of… een sok?”
Mila kruipt onder de tafel. Ze vindt een rode speelgoedauto. “Niet de sok,” zegt ze. “Maar wel rood. Goed gekeken, papa.”
Dan hoort Mila een zacht “woef”. Hondje Bo ligt in zijn mand. Zijn neus is een beetje wit van de waspoeder-geur. Mila kijkt naar Bo's mand. Daar ligt… geen sok. Maar er ligt wel een klein, rond wasknijpertje.
Mila tilt het knijpertje op. “Bo, heb jij iets gedragen?” vraagt ze.
Bo kwispelt. “Woef!”
Mila is niet boos. Ze aait Bo. “Goed hondje. Wij zoeken samen.”
Ze volgt de geur van schone was. Snuffel-snuffel, denkt Mila. Ze loopt naar de trap. Op de derde trede ligt nog een rood pluisje.
“Kindje, wil jij mee speuren?” vraagt Mila aan jou. “Waar zou een sok kunnen zijn? Bij de was? Bij schoenen? Bij knuffels?”
Mila kiest de was. Ze loopt voorzichtig omhoog. In de slaapkamer staat de wasmand. Er steekt een hoekje van een handdoek uit. Mila kijkt beter. Ze ziet iets roods, helemaal onderin.
Maar de sok is niet helemaal zichtbaar. Mila denkt hardop: “Als iets verstopt zit, wat doe je dan? Je haalt de zachte dingen eruit.”
Ze pakt één T-shirt. Dan nog één. En daar, onderaan, ligt de rode sok. Opgerold als een slakje.
“Gevonden!” roept Mila.
Einde
Mila rent terug naar beneden met de sok in haar hand. “Opa, kijk! De sok zat in de wasmand. Hij rolde naar beneden en verstopte zich.”
Opa lacht blij. “Wat een knappe detective ben jij.”
Mila geeft Bo ook een aai. “Bo, jij was geen dief. Jij vond alleen het knijpertje.”
Mama zet koekjes op tafel. Papa maakt de sok weer een paar met de andere sok. “Nu is hij niet meer alleen,” zegt hij.
Mila gaat naast opa zitten. Ze voelt zich warm van binnen. “Volgende keer zoeken we samen,” zegt ze.
En iedereen zegt zacht: “Samen zoeken is fijn.”