Het is ochtend. Zonlicht glijdt over de tafel. Tom is vier jaar. Hij draagt zijn rode trui met een ster. Tom is een klein speurneusje. Vandaag zoekt hij iets misterieus.
"Mama!" roept Tom. "Waar is mijn blauwe knuffel?"
Mama kijkt op van de afwas. "Waar zag je hem voor het slapen?" vraagt ze zacht.
Tom denkt. "Misschien in de kamer. Of op de bank. Of in de tas."
Tom neemt zijn speurhoed. Het is een sok op zijn hoofd. Hij pakt zijn vergrootglas. Het is een oude lepel. Tom lacht. Hij is klaar.
Eerst zoekt hij in de slaapkamer. De kamer is warm en rustig. Tom voelt onder het kussen. Hij kijkt in de poppenmand. Geen blauwe knuffel. Hij fluistert: "Kom mee, speurhond!" Zijn speelgoedhond ligt stil. Tom tilt hem op. "Jij ruikt goed," zegt Tom en geeft de hond een koekje. Samen lopen ze naar de woonkamer.
In de woonkamer zitten papa en opa aan de tafel. Op tafel ligt een stapel wasgoed. Op de bank ligt een boek. Geen knuffel. Tom kijkt onder de kussens. Hij telt met zijn vingertjes: één, twee, drie. Plotseling ziet hij een klein vlekje op de tafel. Het vlekje is nat en glanzend. "Wat is dat?" vraagt Tom.
Opa komt kijken. "Dat is een druppel appelmoes," zegt opa. Tom ruikt. Het ruikt zoet en zacht. "Misschien heeft iemand hier gegeten," zegt Tom. Hij voelt zich een beetje slim. Een echte detective stopt en kijkt goed.
Tom gaat naar de keuken. De keuken is vol licht. Er staat een weegschaal op de plank. De weegschaal is rond en wiebelt een beetje. Tom weet wat wegen is. Papa helpt soms met koken en weegt meel. Tom besluit: hij zal wegen. Wegen helpt bij speuren.
"Wat ga je wegen?" vraagt mama.
"Alles!" zegt Tom ernstig. "Alles wat lijkt op knuffel."
Tom pakt een kleine olifant van stof. Hij legt hem op de weegschaal. De wijzer tikt. De olifant is licht. Dan legt Tom zijn koekjesdoosje op de weegschaal. Het doosje is zwaarder. Tom knikt. Hij leert wat 'zwaar' en 'licht' betekent.
Tom legt een sok op de weegschaal. "Dat is niet wat ik zoek," zegt hij. Hij lacht. Hij voelt zich heel verantwoordelijk. Hij zorgt goed voor dingen. Dat vindt Tom belangrijk.
Dan, op de kast, ziet Tom iets blauw schijnen. Het glanst. "Daar!" roept hij. Maar het is te hoog. Tom haalt een stoel. Hij klimt. Papa helpt met zachte handen. Tom pakt het voorwerp. Het is niet de knuffel. Het is Muis, een klein blauw sleutelhanger. Tom zet Muis op de weegschaal. De wijzer danst. Muis is heel licht.
Tom denkt hard. Hij gebruikt zijn hoofd en zijn hart. "Mogelijk heeft iemand de knuffel meegenomen om te wegen," zegt hij. Mama lacht. "Waarom wegen?" vraagt ze.
"Om te weten hoe groot hij is," zegt Tom. "Om te weten of hij nog klein genoeg is voor de tas." Tom kijkt heel serieus.
Tom en papa gaan naar de tuin. Buiten is het fris. In de zandbak speelt Anna, het buurmeisje. Anna kijkt op. "Hoi Tom!" zegt ze. "Ik heb iets gezien."
Tom knijpt in zijn knuffelboek. "Wat?" vraagt hij zacht.
Anna wijst naar het schuurtje. "Ik zag een blauw bolletje daar. Het rolde." Ze lacht. "Misschien is het knuffel!"
Samen lopen ze naar het schuurtje. De deur piept. Binnen staan potten en een grote doos. Tom houdt zijn adem in. Hij ziet iets blauws achter de doos. Tom pakt het. Het is zacht. Het is warm. Het is zijn blauwe knuffel!
Tom juicht. "Daar is hij!" Hij wiegt de knuffel in zijn armen. De knuffel voelt precies goed. Tom zet de knuffel op de weegschaal in de keuken. De wijzer zakt tot in het midden. Niet te zwaar, niet te licht. Precies zoals Tom.
Mama geeft Tom een knuffel. Papa zegt: "Goed gezocht, kleine detective." Opa klopt zachtjes op zijn hoofd. Anna krijgt een koekje als dank. Iedereen lacht.
Tom leert iets vandaag. Hij leert zoeken. Hij leert wegen. Hij leert vragen stellen en hulp vragen. Hij leert zorgen voor zijn spullen. Dat is belangrijk. Tom legt de knuffel op zijn bed. Hij dekt hem toe met een klein deken. "Slaap lekker," fluistert Tom.
Die avond liggen ze samen op de bank. Tom sluit zijn ogen. Hij droomt van nieuwe kleine raadsels. De wereld blijft veilig en warm. En als er iets kwijt is, weet Tom wat te doen: rustig zoeken, wegen en vragen om hulp.