Kleine Sam is twee jaar. Vandaag is het carnaval. Sam is blij. Hij springt uit bed.
“Mama, waar is mijn kostuum?” vraagt Sam.
Mama lacht. “We gaan iets moois maken, Sam!”
Sam wil een leeuw zijn. Een grote, vrolijke leeuw. Mama pakt gele stof.
Sam helpt. “Plak, plak, plak!” roept Sam.
Mama plakt een staart. Sam lacht. “Staart zwaait!” zegt hij.
Buiten klinkt muziek. Tamtam, tamtam!
Sam en mama lopen naar het plein.
Kinderen dansen. Kinderen zingen.
“Kom dansen!” zegt een meisje.
Sam danst. Zijn staart zwaait. Iedereen lacht.
Opeens waait de hoed van Sam weg!
“Oh nee!” zegt Sam.
Een jongen met een papegaai-kostuum lacht.
“Hier is je hoed!” zegt de jongen.
Sam zegt: “Dank je!”
Samen dansen ze rond.
“Wij zijn een team!” zegt het meisje.
Ze springen, ze lachen, ze roepen: “Carnaval is leuk!”
De juf roept: “Wie heeft het leukste kostuum?”
Alle kinderen roepen: “Wij samen!”
De juf knikt. “Jullie zijn allemaal winnaars!”
Sam klapt in zijn handen.
Mama tilt Sam op.
“Mama, ik ben blij!” zegt Sam.
Mama zegt: “Ik ook, lieve Sam.”
De zon schijnt. Vriendjes lachen.
Carnaval is fijn.
Samen is het feest.