Sam is drie jaar. Sam is een kleine speurder. Sam houdt van orde. Zijn blauwe pet ligt netjes op de stoel. Zijn vergrootglas ligt in zijn zak. Vandaag is er iets kwijt. Zijn knuffelbeer is weg.
"Waar is Beer?" vraagt Sam zacht. Mama lacht. "We zoeken samen," zegt ze. Samen zoeken is fijn. Kun jij helpen? Ja? Goed. Kom mee.
Sam begint in de woonkamer. Hij kijkt onder de bank. Geen Beer. Hij kijkt in de boekenkast. Geen Beer. Sam houdt een klein lijstje vast. Hij tikt met zijn vinger. "Stappen," zegt hij. Stap één: kijken. Stap twee: luisteren. Stap drie: zoeken.
Sam luistert. Hij hoort de klok tikken. Hij hoort de kat spinnen. "Miauw," zegt de kat. De kat likt haar poot. Sam kijkt naar de kattenpootjes. Kleine pootafdrukjes in de modder op de deurmat? Nee, geen modder. Wel wat pluistjes. Pluistjes van Beer misschien.
Sam volgt de pluistjes. Pluistjes hier. Pluistjes daar. Pluistjes naar de gang. In de gang ligt een sok. Rode sok. "Niet van Beer," zegt Sam. Beer is bruin en zacht. Beer draagt geen sok.
Sam ruikt. Beer ruikt naar pap en melk. Sam ruikt aan de sok. Geen pap. Geen melk. Sam fronst. Hij tikt met zijn notitieboekje. "Geen pap, geen melk," zegt hij. Sam is goed georganiseerd. Hij streept dingen weg.
Nu naar de keuken. De deur piept. Sam duwt zacht. Op de tafel liggen koekjes. Koekjes, koekjes. Eén koekje is kleiner. Een stukje weg. Kleine kruimels liggen op het blad. Kruimels glanzen. Sam kijkt op de vloer. Kruimels naar de kast. Kruimels naar de wasmand. Wat een spoor!
"Wie eet koekjes?" vraagt Sam. Mama lacht. "Misschien Beer?" Mama geeft een kleine lach. Sam knikt. Sporen zijn sporen. Sam tel de kruimels. Eén, twee, drie. Drie kruimels naar de wasmand.
De wasmand staat open. Er liggen sokken en een dekentje. Sam kijkt erin. O, daar is iets bruin. "Beer!" roept Sam blij. Beer slaapt tussen de sokken. Zijn neus een beetje poezelig. De kat ligt ernaast. Miauw, snurk.
Sam tilt Beer op. Beer ruikt een klein beetje naar koekjes. Sam lacht. "Je hebt koekjes gezocht," zegt hij. Beer glimlacht niet, maar zijn ogen zijn blij. Sam geeft Beer een knuffel. Warm en veilig.
Mama pakt Beer. "Goed gezocht, kleine speurder," zegt ze. Ze pakt Sam bij de hand. "Dank je voor helpen," zegt Sam. "Dank je," zegt Mama.
Sam legt Beer op zijn bed. Samen zingen ze zacht. De kat springt op het kussen. Alles is rustig. Sam voelt zich blij en trots. Hij was rustig, eerlijk en slim. Samen zoeken werkt altijd.
Sam doet zijn pet af. "Tot de volgende speurtocht," fluistert hij. Beer slaapt. De kamer is warm. De nacht is zacht. Alles is gevonden. Alles is veilig.