Op een dag wandelde meneer Sam naar zijn grote, zilveren raket. De raket stond rustig te wachten op het zachte gras. De zon scheen en er was een klein briesje. Vogels zongen. Sam had zijn helm al op. Hij vond het fijn om alles nog even goed te controleren. Sam was een beetje streng voor zichzelf, want in de ruimte is het belangrijk om goed op te letten.
“Goedemorgen, raket,” fluisterde Sam. “Ben je klaar voor onze reis?” De raket bromde zacht. Het klonk als een geruststellende spin van een kat. Sam glimlachte. Vandaag was een belangrijke dag.
Sam liep rond de raket. Hij keek of alles stevig vastzat. De deur klikte netjes open en dicht. De ramen waren schoon. Sam waste zelfs nog een vlekje weg met zijn mouw. Voorzichtigheid is goed, dacht Sam. Dan kan er bijna niets mis gaan.
Binnen in de raket was het koel en rustig. Alles blonk. Sam zette zijn tas neer. Hij had koekjes, water en zijn lievelingskoffiekopje bij zich. “Alles in orde,” zei Sam. “Nu ga ik zitten.” Hij klikte zijn gordel vast. Hij voelde zich veilig en klaar. Buiten zwaaiden de vogeltjes met hun vleugels, alsof ze afscheid namen.
De raket begon te zoemen. “Vijf, vier, drie, twee, één… start!” zei Sam. De raket steeg langzaam op. Sam voelde zich lichtjes kriebelen in zijn buik. Door het raam zag hij hoe de aarde kleiner werd. De lucht werd donkerblauw en daarna helemaal zwart. Sterren twinkelden overal.
“Wauw,” fluisterde Sam. “Wat is de ruimte groot.” Hij keek naar rechts en naar links. Alles was stil. Alleen het zachte zoemen van de raket klonk. Sam hield van deze rust. Hij voelde zich een beetje dapper.
Sam had een taak. Hij moest zorgen dat alles goed bleef werken in het ruimtestation waar hij naartoe ging. “Voorzichtig zijn, goed kijken, rustig blijven,” zei Sam zacht. Dat waren zijn belangrijke regels.
Na een tijd zag Sam het ruimtestation. Het was groot, rond en had veel lichtjes. Het leek op een vrolijke draaimolen in de nacht. Sam stuurde de raket heel langzaam naar het station. “Langzaam en voorzichtig,” fluisterde hij. De raket maakte zachtjes ‘tik' toen hij vastklikte aan het station.
Sam deed het luik open. Binnen rook het fris, een beetje naar citroen. Het was warm en veilig. “Hallo!” riep Sam. Niemand antwoordde, maar Sam wist dat het goed was. De andere bemanningsleden waren druk of misschien nog aan het slapen.
Sam begon alles te controleren. Hij keek naar de knoppen. De lichten knipperden. De computers maakten zachte piepjes. “Alles werkt,” zei Sam en hij glimlachte. Dat voelde fijn. Toch hoorde hij ineens een raar piepje bij een grote kast. Sam liep ernaartoe. Hij knielde en keek goed.
“Even opletten,” zei hij. Hij zag dat een klein lampje rood brandde. “Dat betekent dat er iets is.” Sam pakte zijn gereedschapskoffertje. Hij maakte voorzichtig de kast open. Binnenin lagen allemaal draadjes en snoertjes. Sam deed alles langzaam. Hij telde de draadjes. Eén, twee, drie… tot tien. “O, ik zie het al,” zei Sam. “Dit draadje zit een beetje los.”
Sam pakte zijn schroevendraaier. Hij draaide het draadje weer goed vast. “Zo, nu zit je weer stevig,” lachte hij. Het lampje sprong op groen. “Goed gedaan,” zei Sam tegen zichzelf. Hij voelde zich trots. Hij wist dat voorzichtig werken belangrijk is. “Als je rustig blijft, kun je alles oplossen,” zei hij.
Sam liep naar het grote raam. Hij keek naar buiten. Daar zag hij de aarde, blauw en rond, heel ver weg. De sterren twinkelden nog steeds. Sam voelde zich niet alleen. De ruimte was groot, maar Sam wist: hij kon het aan.
Ineens hoorde hij een stem uit een luidsprekertje. “Sam, kom je koffie drinken?” vroeg collega Kim. Sam lachte breed. “Ja, ik kom eraan!” riep hij vrolijk. Hij liep naar de keuken van het ruimtestation. Kim schonk warme koffie in Sam's lievelingskopje. Er was ook een koekje.
“Dankjewel,” zei Sam. Hij nam een slokje en voelde zich gelukkig. Samen zaten ze bij het raam. Ze keken naar de sterren en de aarde. Buiten was het donker en stil, maar binnen was het warm en gezellig.
Kim zei: “Goed gedaan vandaag, Sam. Alles werkt weer.” Sam knikte. “Voorzichtig zijn is belangrijk. Dan gaat alles goed,” zei hij. Kim lachte en tikte met haar kopje tegen dat van Sam.
Samen dronken ze hun koffie op. Ze praatten zachtjes en lachten. Buiten zweefde de raket stil in het grote heelal. Binnen voelde Sam zich rustig en blij. Alles was in orde. Het avontuur was goed gegaan.
En toen was het tijd om te rusten. Sam haalde diep adem. Hij voelde zich veilig. De sterren knipperden zacht, als kleine lichtjes die “welterusten” fluisterden. Sam sloot zijn ogen en wist: morgen wordt weer een mooie dag, samen met zijn vrienden in de ruimte.