In de toekomst is de stad stil en licht. Op de daken groeien zachte tuinen. Kleine drones zoemen als bijtjes en brengen pakketjes. De bussen zweven een beetje boven de straat. In huis praten schermen rustig terug. En in de haven staat een groot ruimteschip met ramen als glanzende bellen.
Mira is een vrouw. Ze is piloot. Ze draagt een pak dat zichzelf schoonmaakt. Op haar pols zit een klokje dat ook een kaart is. Vandaag vliegt ze naar het Ruimtestation Samen. Daar werken teams uit veel landen, heel netjes en vriendelijk.
In de cockpit knippert een groen lampje. “Checklist,” zegt Mira. “Riemen vast. Luiken dicht. Zuurstof oké.” Ze tikt langzaam, één voor één. “Rustig. Eerst kijken, dan doen.” Dat zegt ze vaak.
Naast haar zit een kleine robot, Puk. Puk heeft ronde ogen. “Klaar, Mira?” vraagt Puk.
“Ja,” zegt Mira. “Maar we gaan voorzichtig. In de ruimte is alles echt.”
Het schip glijdt omhoog. De lucht wordt donkerblauw, dan zwart. Sterren staan stil als stipjes verf. De aarde ligt beneden, blauw en zacht.
Bij het station zwaait een arm. “Welkom!” klinkt een stem uit de radio. Het is kapitein Lian. “Team A wacht bij deur één. Team B bij deur twee.”
Mira ziet dat deur één en deur twee allebei open staan. Dat is niet de afspraak. “Stop,” zegt Mira. “Niet schrikken. We doen het samen.”
Ze drukt op de intercom. “Lian, ik zie twee deuren open. Dat kan lucht weg laten. Sluit deur twee, alsjeblieft.”
“Goed gezien,” zegt Lian. “Team B, sluiten nu.”
Puk telt mee. “Drie… twee… één.” Klik. Deur twee is dicht. Alles blijft rustig.
Mira koppelt langzaam aan. “Vast. Groen lampje,” zegt ze. Ze ademt uit. “Mooi teamwork.”
Binnen in het station geven mensen elkaar een zachte high-five. Een technicus zegt: “Dank je, Mira. Jij keek eerst.”
Mira knikt. “Voorzichtig zijn is ook zorgen voor elkaar.”
Later drinken ze warme chocolademelk uit zakjes met rietjes. Door het raam zweeft een klein gereedschapje voorbij. Puk lacht. “Het danst!”
Als het tijd is om te slapen, dimmen de lampen. De radio gaat aan. En de radio zingt, heel zacht: “Samen, samen, rustig aan.” Mira sluit haar ogen. Het station wiegt stil. Alles is veilig en goed.