Hoofdstuk 1: De Ochtend in Glimstad
Het is het jaar 2124. Kleine Milo is drie jaar oud. Milo woont in Glimstad, een stad waar alles glanst. De huizen zijn hoog en kleurig. Sommige huizen kunnen praten. “Goedemorgen, Milo!” zegt het huis als Milo wakker wordt.
Milo lacht. Zijn bed draait zachtjes naar het raam. Buiten vliegen de bussen door de lucht. De bomen hebben lichtjes aan hun takken. De straat is schoon en vrolijk. Overal zoemen kleine robotjes. Ze poetsen, ze zwaaien, ze zingen een liedje. Milo zwaait terug.
Mama komt binnen. “Goedemorgen, Milo. Wil je vandaag met mij naar het park?” vraagt mama. Milo knikt blij. “Ja, mama! Gaan we met de zweeftrein?”
“Ja,” zegt mama. “De zweeftrein wacht beneden.” De zweeftrein is snel. Hij zweeft boven de grond, hij trilt niet.
Milo springt uit bed. Hij trekt zijn blauwe schoenen aan. Zijn schoenen maken piep piep geluidjes. Dat vindt Milo grappig.
Hoofdstuk 2: De Grote Ontdekking
Milo en mama lopen naar buiten. De deur zegt: “Tot straks, Milo!” Buiten is alles vrolijk. De zweeftrein wacht en zegt: “Hallo, Milo! Waar wil je heen?”
“We gaan naar het park!” roept Milo. De trein zoeft zachtjes. De ramen kleuren blauw en groen. Milo kijkt naar de lucht. Er vliegen luchtfietsen en kleine robots met ballonnen.
In het park zijn bloemen die muziek maken. Milo danst op het gras. Mama lacht. Dan ziet Milo iets raars. Achter een grote boom is een klein deurtje in de grond. Het deurtje knippert met lichtjes.
Milo kijkt naar mama. Mama zegt: “Wat een bijzonder deurtje, Milo. Zullen we kijken?”
Milo knikt. Samen lopen ze naar het deurtje. Voorzichtig opent Milo het deurtje. Binnenin is het donker, maar dan gaan er lampjes aan. Er staat een kleine robot. De robot is rond en heeft een glimlach.
“Hallo, ik ben Blink,” zegt de robot zacht. “Ik ben een geheime helper. Ik zorg dat het park altijd blij blijft.”
Milo kijkt verbaasd. “Mag ik helpen, Blink?” vraagt Milo.
Hoofdstuk 3: Samen Sterk
Blink knikt. “Wil je de bloemen water geven met mijn magische gieter?” vraagt Blink. Milo pakt de gieter. De gieter maakt een vrolijk geluid: plons, plons, plons. De bloemen zingen nog harder.
Mama helpt ook. Ze schudt aan een boom en de boom laat kleine sterretjes vallen. De lucht wordt zachtjes roze.
“Goed gedaan, Milo!” zegt Blink. “Dank je wel dat je hielp. Nu is het park weer blij.”
Milo lacht. “Ik vind helpen leuk!” zegt hij.
Blink zegt: “Als je weer wilt helpen, kom dan terug naar het deurtje.” Milo knikt.
Mama pakt Milo's hand. “Laten we naar huis gaan, lieve Milo.”
De zweeftrein staat klaar. “Welkom terug, Milo!” zegt de trein. Milo zwaait naar het park, naar Blink en naar de zingende bloemen.
Thuis zegt het huis: “Welkom thuis, Milo. Was het een fijne dag?”
Milo knikt. “Ja, ik heb een geheime vriend gevonden!” zegt hij zachtjes.
Mama knuffelt Milo. “Jij bent een echte ontdekkingsreiziger, lieve jongen.”
Milo sluit zijn ogen. Alles in Glimstad is rustig, vrolijk en zacht. Milo droomt van Blink, van zweeftreinen en van zingende bloemen. Morgen wacht er weer een nieuwe, mooie dag.