De grote stad van morgen
In de stad van morgen is alles mooi en schoon. De lucht is blauw, het water glinstert. De grond is zacht en groen. Tussen hoge torens rijden stille auto's. Vogels zingen in de bomen. Alles leeft samen.
In deze stad woont Hammie. Hammie is geen gewoon iemand. Hammie is een vrolijke hangmat met grote, vriendelijke ogen. Hammie houdt van wiebelen in de wind. Vandaag heeft Hammie een idee. Hammie wil graag een plekje vinden om te hangen. Niet zomaar ergens, maar midden in de stad, waar de lucht fris is en de zon schijnt.
Hammie zoekt een plekje
Hammie rolt zich uit en kijkt rond. “Waar zal ik hangen?” vraagt Hammie zachtjes. Hammie ziet een mooie, dikke boom. Maar daar hangt al een schommel. “Dat is vol,” zegt Hammie.
Hammie tuimelt verder. Hij komt bij een groot, glanzend gebouw. Het dak is vol bloemen. “Wat een fijne plek,” fluistert Hammie. Maar op het dak wonen al bijtjes en vlinders. “Hier is het druk,” zegt Hammie vriendelijk.
Dan ziet Hammie twee stevige palen naast een rustig vijvertje. Het water klatert zacht. De lucht ruikt naar bloemen. Hammie glimlacht. “Hier mag ik misschien wel hangen!” zegt Hammie blij.
Het perfecte plekje
Hammie vraagt aan Palen: “Mogen jullie mij vasthouden?” De palen lachen. “Natuurlijk, Hammie! Wij zijn speciaal gemaakt om jou te helpen.”
Hammie strekt zich uit tussen de palen. Hij voelt zich licht en fijn. De wind wiegt hem zacht heen en weer. “Wat heerlijk!” zucht Hammie.
Vogels komen kijken. “Mag ik erbij?” zingt een musje. “Natuurlijk,” lacht Hammie. Het musje gaat zachtjes op Hammie zitten. Samen kijken ze naar het water en de wolken.
De zon straalt. De lucht blijft schoon. Het water stroomt rustig. Alles is goed. Hammie voelt zich thuis. Hij weet: in deze stad is er altijd een plekje voor iedereen.
Elke dag komen vriendjes even bij Hammie liggen. Samen dromen ze, samen lachen ze. En als het avond wordt, fluistert Hammie: “Welterusten, lieve stad. Tot morgen.”