In de stad van morgen, waar de lucht lichtjes glinstert en de wegen zacht zingen als kinderen eroverheen lopen, woont Glim. Glim is slim, vrolijk geel en altijd klaar om te helpen. Glim heeft lichtjes over zijn buik en zijn armen zijn zacht, als kussens.
Vandaag is een bijzondere dag. Glim mag voor het eerst mee met Noor, een meisje met krullen die altijd lacht. Noor zegt: "Glim, vandaag gaan we op avontuur!" Glim knippert van plezier.
Buiten is de stad vrolijk. De hoge huizen lijken op gekleurde dozen en overal rijden geluidloze auto's. Boven hun hoofden vliegen kleine robots, die zwaaien naar iedereen. Glim voelt zich trots. Zijn lichtjes beginnen te dansen in blauwe en groene kleuren.
Op straat is er iets nieuws. Er staat een grote paal met een scherm. Het scherm praat zachtjes: "Hallo Noor en Glim, willen jullie een spelletje spelen?" "Ja!", roept Noor, "Mag ik kiezen?" Het scherm knikt en lacht met veel vrolijke kleuren.
Noor kiest het raadspelletje. Het scherm zegt: "Raad hoeveel lichtjes Glim heeft." Glim wiebelt blij. Noor telt heel voorzichtig: één, twee, drie, vier, vijf... Tot ze bij tien is. "Tien lichtjes!" roept Noor. Het scherm klapt in zijn digitale handen. "Goed gedaan!"
Ineens merkt Glim iets op. Een jongen op het plein kijkt verdrietig. Zijn schoen zit vast in een klein robotschoonmaakwagentje. Glim loopt naar hem toe. "Mag ik helpen?" vraagt Glim zacht. De jongen knikt.
Glim laat zijn lichtjes roze schijnen, want roze is geruststellend. Het robotschoonmaakwagentje merkt dat Glim dichtbij is en zegt: "Oh, sorry! Ik wilde alleen de stoep schoonhouden." Glim knielt, steekt zijn zachte arm uit en drukt op het knopje op de schoen. De schoen is weer los.
De jongen lacht. "Dank je wel, Glim!" zegt hij. Noor klapt in haar handen. De robots in de lucht maken een vrolijk, zingend geluid.
Glim voelt zich blij. Elke keer als hij helpt, past de stad zich een beetje aan. De straat wordt zachter waar kinderen lopen. De geluiden worden zachter als het tijd is om te slapen. Iedereen in de stad weet: als je iets nodig hebt, kun je Glim roepen.
Als de zon langzaam ondergaat en de lichtjes van de stad zachtjes gaan schijnen, loopt Noor naar huis. Glim gaat mee. Zijn lichtjes geven een warm licht. Samen zwaaien ze naar de stad, die altijd luistert en leert.
"Tot morgen, stad," fluistert Glim. "Tot morgen, Glim," fluistert de stad terug. En alles is rustig, warm en veilig.