In de grote stad van later, waar torens glinsteren als zilveren bomen, woont een klein vosje. Het vosje heet Nori. Nori houdt van zachte wind en van kijken naar de rode zon die elk avond een druppel goud over de stad giet.
De stad is vol slimme dingen. Er zijn kleine robots die bloempjes water geven. Er zijn lampjes die fluisteren als je naar huis moet. Overal zijn zachte sensoren, net kleine vriendjes, die luisteren naar het lachen van de kinderen en voelen wanneer iemand koud is. Alles werkt samen. Alles helpt.
Op een morgen loopt Nori langs het glanzende plein. De stoep voelt warm. De lucht voelt zoet. Nori ziet veel kleuren. De robots rollen zachtjes voorbij. Ze dragen boodschappen, geven weg ijsjes en zwaaien met hun armen die lijken op bladeren. Het plein ruist van geluiden, maar het is een rustig geluid. Het is een veilig geluid.
Plotseling hoort Nori een tik-tik-tik. Het geluid komt snel dichterbij. Nori kijkt op. Iets flitst. Iets zoeft. Op de lichtbaan komt een messager aangezet. Het messager is een haas. Ze draagt glimmende helmpjes en magneetschaatsen die zingen op het metaal. De schaatsen maken een zacht zoemend geluid, zoals een bij die lacht.
Nori staat stil. De haas glijdt heel precies. Ze houdt een klein bakje vast. In dat bakje liggen briefjes met sterretjes. Haar naam is Lila. Lila glimlacht. "Hallo," zegt ze. "Ik breng een bericht. Voor jou?" Nori knikt. Zijn hart gaat zachtjes bonzen. Een brief! Nori heeft nog nooit een brief gekregen.
Lila stopt even. Rondom hangen kleine sensoren in de lucht. Ze glanzen als kleine vuurvliegjes. Ze meten de wind en ze fluisteren tegen de robots dat er een gezellige ontmoeting plaatsvindt. Een robot komt dichterbij en maakt een klein bankje. "Ga zitten," zegt de robot met een zachte stem. Nori en Lila zitten op het bankje. De stad ademt rustig.
Nori opent het briefje. Binnenin is een tekening van de zon en een klein bericht: "Kom spelen bij de waterfontein. We delen koekjes. — Van OmaMuis." Nori lacht. De wereld voelt groot en vriendelijk. Lila zegt: "De magneetschaatsen helpen me snel te gaan. Ik breng graag blije woorden." Ze laat Nori de schaatsen zien. Ze voelen warm en licht. Ze trekken een zacht spoor op de grond, alsof ze tekenen maken.
"Mag ik mee?" vraagt Nori. Lila knikt. Ze legt een beschermend deken over Nori's schouders. Robots rondom knipperen lichtjes als goedkeuring. De sensoren in de lucht zingen een kort deuntje. Samen glijden ze weg.
Ze zoeven langs de torens. Ze zien kinderen die bouwen met zachte lichtstenen. Ze zien een robot die een slaaplied zingt voor een jongen die nog even wakker is. Alles gaat langzaam en vriendelijk. Nori voelt de wind spelen in zijn oren. Het voelt als giggelen.
Bij de fontein staan kleine dieren. OmaMuis staat op een krukje en bakt koekjes in een minioven die drijft op warme lucht. De koekjes ruiken naar appels en honing. Nori geeft het briefje aan OmaMuis. Ze leest en lacht. "Wat fijn dat je gekomen bent," zegt ze. "Dank aan Lila, de snelle messager!" Lila buigt en haar schaatsen blinken.
Ze delen koekjes. Ze delen verhalen. Nori vertelt over de magneetschaatsen en over de sensoren die zingend hoorden dat hij blij was. De kleine robot bij de fontein spuit zacht water in regenbogen. Iedereen kijkt. Iedereen lacht.
Wanneer de zon bijna ondergaat, helpt Lila Nori opstaan. "Ik moet verder," zegt ze. "Er zijn meer briefjes, meer dagen." Nori voelt even een trilling in zijn buik, maar het is een warm gevoel. De stad omhelst hen met lichtjes. De sensoren fluisteren goede nacht.
Lila geeft Nori een klein sterretje gemaakt van papier. "Voor herinneringen," zegt ze. Nori stopt het sterretje in zijn vacht. Het licht een heel klein beetje. Thuis, in zijn nest tussen zachte kussens, legt Nori het sterretje naast zijn hoofd.
Hij sluit zijn ogen. Hij luistert naar de stad die zacht ademhaalt. Robots ritselen als bladeren buiten. De magneetschaatsen zoemen in de verte. Nori droomt van glinsterende wegen en van vriendelijkheid. Morgen zal hij weer lopen in de grote stad van later. Maar nu slaapt hij, veilig en warm.