Hoofdstuk 1: Welkom in Glimstad
“Wakker worden, Mila,” fluistert mama zacht.
Mila rekt zich uit in haar bedje. Ze kijkt naar het raam. Het is rond en heel groot. Buiten zoeft een vliegende bus voorbij.
“Kijk mama, een bus vliegt!” roept Mila.
Mama lacht. “Ja, Mila. In Glimstad vliegen de bussen door de lucht.”
Mila kijkt om zich heen. Alles glimt in Glimstad. De bomen zijn groot en groen. De straten zijn zacht en blauw. De huizen zijn rond en hebben lichtjes.
“Waar gaan we vandaag naartoe?” vraagt Mila.
“Naar het zomerkamp!” zegt mama. “Daar mag je spelen met robots en leren over planten.”
Mila klapt in haar handjes. “Robots! Planten!”
Papa komt erbij. “En je krijgt een vriendje, Mila. Je mag samen met Botje spelen.”
Mila glimlacht. “Wie is Botje?”
Papa zegt: “Botje is een kleine robot. Botje is lief en zacht.”
Mama pakt Mila's hand. Samen lopen ze naar buiten. De deur zegt: “Dag Mila! Veel plezier!”
Mila lacht. “De deur praat!”
Mama knikt. “In Glimstad praten de deuren. Alles praat een beetje.”
Mila zwaait naar de deur. “Tot straks, deur!”
Hoofdstuk 2: Mila en Botje in het Kamp
Op het kamp staan grote ronde tenten. Overal zijn lichtjes en vrolijke kleuren.
Mila ziet kinderen, robots en bloemen.
Een kleine robot rolt naar haar toe.
“Hallo Mila!” piept de robot.
Mila lacht. “Ben jij Botje?”
Botje knikt. “Ja, ik ben Botje. Zullen we samen spelen?”
Mila zegt: “Ja! Wat kunnen we doen?”
Botje wijst naar een grote groene tuin. “Dit is de slimme tuin. Hier groeien de bloemen met hulp van robots.”
Mila kijkt. Ze ziet bloemen die bewegen. De bloemen dansen een beetje.
“Dansen de bloemen?” vraagt Mila.
Botje knikt. “De bloemen zijn blij. Ze krijgen water van kleine robotjes.”
Een klein robotje rijdt langs. “Ik geef water!” zegt het robotje.
Mila klapt in haar handjes. “Goed gedaan!”
Botje zegt: “Wil je ook helpen, Mila?”
Mila knikt. Samen met Botje drukt ze op een grote groene knop.
“Water voor de bloemen!” roept Mila.
De bloemen glanzen in de zon.
Botje zegt: “De zon is onze vriend. De zon geeft licht. De zon helpt de bloemen groeien.”
Mila kijkt naar boven. “Dag zon!”
De zon knippert even. Mila lacht.
Hoofdstuk 3: Samen Leren en Spelen
Botje zegt: “Zullen we naar de luchtbrug gaan? Daar zie je heel Glimstad.”
Mila knikt. “Ja, Botje!”
Ze lopen naar de luchtbrug. De brug is hoog en zacht. Mila kijkt naar beneden. Ze ziet de vliegende bussen, de bomen en de blauwe straten.
“Alles is mooi, Botje!” zegt Mila.
Botje zegt: “In Glimstad zorgen we goed voor alles. De huizen krijgen energie van de zon. De straten zijn zacht voor je voeten. De lucht is schoon.”
Mila zegt: “Ik vind het fijn hier.”
Botje zegt: “Wil je leren hoe de bomen praten?”
Mila kijkt verbaasd. “Praten de bomen?”
Botje knikt. “De bomen zeggen: ‘Dankjewel voor het water.'”
Mila lacht zachtjes. “Hallo boom!”
De boom zegt: “Hallo Mila!”
Mila geeft de boom een knuffel. “Ik hou van bomen.”
Botje zegt: “Laten we verder spelen.”
Ze lopen naar een groot scherm. Op het scherm dansen kleuren en vormen.
“Dit is het leer-scherm,” zegt Botje. “Hier kun je kleuren leren. Wil je blauw kiezen?”
Mila drukt op blauw. Het scherm wordt blauw.
“Nu geel!” zegt Mila.
Het scherm kleurt geel.
Mila lacht. “Ik kan kleuren maken!”
Botje zegt: “In Glimstad leer je elke dag iets nieuws.”
Mila zegt: “Ik vind leren leuk.”
Botje knikt. “Samen leren is leuk.”
Mila kijkt naar Botje. “Blijf je altijd bij mij?”
Botje zegt: “Ik ben altijd dichtbij. Jij bent mijn vriend.”
Mila geeft Botje een knuffel.
“Dankjewel Botje,” zegt Mila.
Botje zegt: “Dankjewel Mila.”
De zon schijnt, de bloemen dansen, en Mila en Botje spelen samen.
In Glimstad is alles fijn, samen, elke dag.