In een groot, groen land liep een dappere vrouw. Ze heette Lise. Lise was een echte ridder. Ze droomde vaak over grote avonturen. Op een dag hoorde Lise haar kleine paard roepen: “Kom, Lise! Een nieuwe dag wacht!” Lise pakte haar zwaardje en haar schild. Samen met haar paard reed ze langzaam het bos in.
In het bos stond een grote steen. “We moeten er langs,” zei Lise zacht. Het paard wiebelde een beetje, maar Lise aaide hem lief. “Ik help je,” zei ze. Samen keken ze goed. Lise dacht: als we naast de steen lopen, lukt het! Ze stapte voorzichtig. Het paard volgde. Ze kwamen samen aan de overkant.
Verderop hoorde Lise een zacht geluid. Het was een klein vogeltje met een vleugel vast in een tak. “Oh, arme vogel,” zei Lise. Ze bukte zich en haalde de tak weg. “Dank je!” piepte het vogeltje. Lise glimlachte. “Graag gedaan, kleine vriend,” zei ze.
Aan het eind van hun tocht kwamen Lise en haar paard bij het kasteel. De zon scheen mooi. Lise voelde zich blij en sterk. Ze knuffelde haar paard.
Samen ben je nooit bang, want moed groeien in je hart als je elkaar helpt.