In het grote bos woont een dappere, mysterieuze ridder. De ridder draagt een mooie, glanzende helm en een rode mantel. Elke ochtend stapt de ridder op zijn kleine, lieve paard. Samen rijden ze zachtjes over het groene gras. De vogels zingen. De zon schijnt.
Op een dag ziet de ridder een kleine brug over het water. Maar, o jee, er ligt een dikke tak op de brug! De ridder stopt. “Wat nu?” zegt het paard. De ridder denkt goed na. Dan pakt de ridder een stok. Heel voorzichtig duwt de ridder de tak van de brug. “Goed gedaan!” roept het paard blij. Nu kunnen ze verder.
Ze rijden langs grote bomen. Achter een boom ligt een bal. “Kijk!” zegt de ridder. Ze pakken de bal op. “Wie is de bal kwijt?” roept de ridder. Een klein konijntje komt tevoorschijn. “Dat is mijn bal!” piept het konijntje. De ridder lacht en geeft de bal terug. Het konijntje springt vrolijk weg.
De ridder en het paard rijden terug naar huis. Ze voelen zich blij en sterk. Ze hebben samen geholpen en waren moedig.
Samen sterk zijn en helpen maakt elke dag bijzonder.