De reis begint
Op een dag zat Lisa in haar grote, ronde ruimteschip. Haar schip heette Sprankel. Lisa was een vrouw die graag op avontuur ging. Vandaag had Lisa een belangrijke taak: ze moest controleren of de nieuwe sterrenkaart klopte. “Voorzichtig zijn, Lisa,” zei ze zachtjes tegen zichzelf. “Alles goed controleren.”
Lisa keek naar haar knipperende scherm. Buiten waren de sterren wit en blauw. Soms zag ze een gele planeet voorbij glijden. “Wat een mooie kleuren,” zei Lisa. Ze hield haar handen stevig op het stuur. “We gaan rustig verder, Sprankel,” fluisterde ze.
In het diepe heelal
Opeens hoorde Lisa een piepje. “Pieeep!” klonk het. “O nee,” zei Lisa, “de coördinaten zijn een beetje in de war.” Maar ze bleef rustig. Ze ademde diep in. “Ik ben verantwoordelijk. Ik kan dit,” zei Lisa tegen zichzelf.
Lisa pakte haar grote, zachte knoppen en draaide eraan. “Even kijken… zo, en dan zo.” Op haar scherm verschenen groene lijnen. Ze volgde de lijnen met haar vinger. “Daar moet ik naartoe,” zei Lisa. Ze lachte. Buiten vlogen roze kometen voorbij. Alles zag er vrolijk uit.
Lisa sprak tegen haar schip: “Sprankel, we gaan samen. Jij en ik.” Het schip bromde zacht. Lisa voelde zich niet alleen. Samen waren ze sterk. Ze checkte haar lijstje: “Zuurstof? Ja. Brandstof? Ja. Alles klaar. Op naar de coördinaten!”
Veilig terug en kleurenpracht
Lisa vloog langzaam verder. Ze zag de goede plek op haar scherm. “Ik heb het gevonden!” riep ze blij. “De coördinaten kloppen precies.” Ze glimlachte. “Goed gedaan, Sprankel.”
Toen Lisa terugvloog, keek ze uit het raam. Er waren blauwe, paarse en oranje lichten. De sterren twinkelden als kleine lampjes. Lisa voelde zich gelukkig. Ze wist: ik heb goed voor alles gezorgd. Dat is belangrijk.
Sprankel maakte een zacht zoemend geluid. Lisa legde haar hand op het stuur. “Dank je, Sprankel,” zei ze. “Samen hebben we het gedaan.” Buiten werd de ruimte vol met kleuren. Alles glinsterde. Lisa voelde zich rustig en blij. Ze wist: in het heelal kun je altijd goed zorgen, voor jezelf en voor elkaar.