De lucht is koel en zacht. De maan is rond en zacht. Noor, Lila, Zoë en Mila staan in de tuin. Ze zijn vier jaar. Ze dragen warme sjaaltjes. In hun handen: lampions. Oranje, paars en goud. Ze giechelen. Het ruikt naar pompoen en kaneel.
“We gaan ze ophangen,” zegt Noor. “Lichtjes voor Halloween,” zegt Lila. “Niet eng,” zegt Zoë. “Lief en leuk,” zegt Mila. Blaadjes kraken. Krak, krak. De wind zegt woesh. Een kleine rilling. Dan handjes die elkaar pakken. “Wij samen,” zegt Noor. Iedereen knikt. Hun ogen glanzen.
Er is een touw langs de heg. Ze maken een knoop. Dikke knoop. Strak en veilig. “Klaar?” vraagt Lila. “Klaar!” roepen ze. Zoë tikt op een knop. Klik. Warm licht. De lampion gloeit. “Aaaah,” zuchten ze. “Aan, aan, aan.” Ze hangen nog één. En nog één. Het pad wordt zacht en vrolijk.
Hoog in de boom moet er ook één. Hij heeft een pompoensnoet. “Te hoog,” zegt Mila. “We vragen hulp,” zegt Noor. Oma Ina komt naar buiten. “Ik houd de trap vast,” zegt ze. De trap staat stevig. Lila klimt twee treden. Heel rustig. Lila hangt de lampion. Klik. Licht! Iedereen klapt. Pip, de poes, wrijft langs hun benen. “Miauw,” zegt Pip.
Er is nog een lampion. Hij wil niet aan. “O nee,” fluistert Zoë. Haar ogen worden groot. Even stil. Niet bang. Alleen denken. Noor blaast een klein stofje weg. Lila draait het dopje open. Mila geeft een nieuw batterijtje. Pip tikt met een pootje op de knop. Klik. Licht! “Dank je, Pip!” roepen ze. Ze lachen hard. De wind lacht mee. Woesh, maar zacht.
Achter de struik beweegt iets wits. “Is dat een spook?” fluistert Mila. Ze staan dicht bij elkaar. Noor doet één stap. Ze kijkt goed. Het is een laken aan de waslijn. Het danst in de wind. Ze giechelen. “Hallo, Spookje Lakentje,” zegt Lila. Noor tekent twee lieve oogjes op een rond papiertje. Ze plakt het erop. Nu zwaait het. Niet eng. Alleen grappig.
Bij het hek hangen ze de laatste. Sterren, maantjes, en een kat met een hoed. Het ruikt naar warme koek. In de verte klinkt muziek. Ting, ting. Ze zingen zacht: “Lampion, lampion, schijn maar fijn.” De lichtjes glimmen terug. Glim, glim. Ze delen koekjes. Noor geeft aan Lila. Lila aan Zoë. Zoë aan Mila. Mila aan Oma. Vriendelijk en lief.
Alles is klaar. De tuin glanst. Buren komen even kijken. Buurman Sam zegt: “Wat mooi!” Buurvrouw Aya zegt: “Wat knus!” Pip springt op de bank en rolt op zijn rug. De meisjes aaien zijn zachte buik. Ze tellen de lampions. Één, twee, drie… veel. Geen lampion is donker. Alles brandt rustig. De avond is zacht en blij.
“Foto?” vraagt Buurman Sam. Hij houdt een telefoon vast. “Ja!” roepen de meisjes. Ze gaan dicht bij elkaar staan, onder de lichtjes. Hand in hand. Wangen rood, ogen helder. Pip zit vooraan met een strikje. Oma Ina staat naast hen en lacht. “Drie, twee, één… pom-poen!” zegt Sam. Klik. Een warme groepsfoto, met vier vriendinnen, zachte lampions en een lieve poes.