Een zachte wind waait door de straat. De blaadjes ritselen en de lantaarnpalen geven een warm licht. Het is bijna donker. Drie kleine meisjes huppelen hand in hand over het plein. Ze heten Lila, Noor en Fien. Ze dragen grappige kostuums: Lila is een pompoen, Noor is een spookje en Fien is een zwarte kat. Hun wangen zijn rood van plezier.
Op het plein willen ze samen een Halloween-stand maken. Ze hebben gekleurde slingers, nep-spinrag en een grote mand vol oranje ballonnen. Lila tilt de mand. Noor draagt de slingers. Fien houdt een klein lampje vast.
“Waar zullen we de stand bouwen?” vraagt Lila. Haar stem is een beetje bibberig, maar toch blij.
“Bij de grote boom!” roept Noor. “Daar is het een beetje spannend, maar niet te eng.”
Ze lopen naar de boom. De bladeren ruisen. “Hoor je dat?” fluistert Fien. Het klinkt als een spook, maar het is gewoon de wind. Lila giechelt. Noor knipoogt.
Ze beginnen te werken. Noor hangt de slingers tussen de takken. Fien plakt het spinrag tegen de boom. Lila blaast op de ballonnen. Soms knapt er eentje met een ‘POK!' De meisjes schrikken, maar moeten dan lachen.
Er sluipt een poes voorbij. Haar ogen glinsteren in het donker. “Miauw!” zegt de poes. Fien miauwt terug. “Jij bent ook verkleed, poes!” zegt ze, en aait de poes over haar kopje. De poes spint en draait een rondje.
Lila pakt de mand en zet die op de grond. Noor legt een kleedje neer. Samen zetten ze kleine spookjes van papier op de tafel. Fien zet haar lampje erbij. Het schijnt een zacht, oranje licht.
“Wat missen we nog?” vraagt Noor.
“Griezelige geluiden!” roept Lila. Ze maakt een gek geluid: “Oeeeehoee!” Fien doet mee: “Boe boe!” Noor lacht hard. “Nu is het een echte Halloween-stand,” zegt ze trots.
Plotseling horen ze voetstappen. Ze kijken om zich heen. In het donker verschijnt een grote schaduw. De meisjes pakken elkaars hand. Dan zien ze dat het hun buurman Meneer Jansen is. Hij draagt een hoge hoed en heeft een grote zak snoep.
“Wat een mooie stand!” zegt Meneer Jansen. Hij buigt naar de meisjes toe. “Mag ik wat kopen?”
De meisjes knikken. Noor pakt een nep-spin en zegt: “Deze spin is heel zacht!” Meneer Jansen lacht. “Mag ik er eentje?” Fien geeft hem een snoepje uit de mand. Lila geeft hem een ballon. Meneer Jansen doet alsof hij bang is voor de ballon. “Oei, wat spannend!” roept hij, en de meisjes moeten weer lachen.
Steeds meer kinderen komen kijken. Iedereen vindt de stand mooi. Ze krijgen allemaal een ballon of een snoepje. Soms roepen ze samen “boe!” en soms dansen ze om de boom. De lampjes schijnen warm. Niemand is bang, want iedereen houdt elkaars hand vast.
Dan komt de moeder van Fien aanlopen. Ze glimlacht. “Wat zijn jullie goed bezig samen! Jullie hebben elkaar echt geholpen.” Ze haalt een klein doosje uit haar tas. “Kijk eens,” zegt ze, “ik heb voor jullie een Halloween-badge, omdat jullie zo goed samengewerkt hebben.”
De meisjes kijken met grote ogen naar de badges. Op de badge staat een lachende pompoen. “Wauw!” roepen ze. Moeder spelt de badges op hun kostuums. Lila, Noor en Fien glunderen van trots.
Het feest is bijna voorbij. De kinderen zwaaien naar de bezoekers. De lampjes gaan langzaam uit. De poes ligt spinnen onder de tafel. Lila geeuwt. Noor strekt haar armen. Fien kriebelt over haar badge.
“Tijd om naar huis te gaan,” zegt Noor zacht. Samen ruimen ze hun spulletjes op. Lila vergeet haar badge bijna, maar Fien ziet het. “Hier, je badge!” zegt ze. Ze geeft hem met een grote glimlach terug.
Samen lopen de meisjes naar huis. De wind waait zacht. De straat is stil en veilig. Hun harten zijn warm en blij. Halloween is een beetje spannend, een beetje grappig en heel fijn, vooral samen met vriendinnen.