Kleine Tim was één jaar oud. Vandaag was het carnaval in het dorp. Tim droeg een grappig kostuum. Hij was een kleine beer!
Mama zei: "Kom, Tim! We gaan naar het carnaval." Tim lachte. Hij vond het leuk.
In het dorp was alles kleurrijk. Ballonnen, slingers, en muziek. Tim keek met grote ogen. "Oooh!" zei Tim.
"Wil je dansen, kleine beer?" vroeg mama. Tim knikte. Hij danste op de muziek. Zijn pootjes gingen op en neer.
Daar was een wedstrijd. Een verkleedwedstrijd! Mama zei: "Wil je meedoen, Tim?" Tim klapte in zijn handjes. "Ja!"
Tim stond op het podium. Er waren andere kinderen. Een prinses, een clown en een draak. Tim zwaaide naar hen.
De jury keek. Wie had het mooiste kostuum? Tim dacht na. Hij gaf de prinses een bloem. Hij gaf de clown een ballon. Hij gaf de draak een knuffel.
De jury lachte. "Wat een lieve beer!" zeiden ze. Tim won een prijs. Een grote, zachte knuffelbeer!
Mama gaf Tim een kus. "Goed gedaan, kleine beer," zei ze. Tim knuffelde zijn nieuwe beer. Hij was blij.
Het carnaval was leuk. Tim was moe. Hij viel in slaap in mama's armen. "Slaap lekker, kleine beer," fluisterde mama.
En zo eindigde een vrolijke dag vol magie en plezier voor kleine Tim.