Lina lacht. “Kijk, ik heb een hoed!” zegt ze. Haar hoed is groot en geel. “Wat mooi!” roept Noor. Noor heeft een jurk, blauw en zacht. “Ik dans!” zegt Noor. Ze draait rond.
Mila heeft vleugels. Haar vleugels zijn rood. “Ik vlieg!” roept Mila. Ze springt. “Ik vlieg ook!” zegt Yara. Yara heeft een staart, groen en lang. “Wauw!” zeggen haar vriendinnen.
De zon schijnt. De muziek klinkt. “Tamboerijn!” roept Noor. Lina zingt zachtjes. “La la la, carnaval!” zingen ze samen.
Op het plein dansen de mensen. “Kom!” zegt Lina. Ze geven elkaar de hand. Ze dansen samen. Ze lachen. Ze zingen. “Carnaval is leuk!” roept Mila.
Dan komt er een grote, glinsterende ballon. “Kijk!” zegt Yara. De ballon zweeft en glimt. “Magisch!” fluistert Noor.
Ze springen. Ze zwaaien. De kleuren zijn mooi. Rood, geel, blauw, groen! “Wij zijn samen,” zegt Lina. “Wij zijn blij!” zeggen ze allemaal.