Noor, Sam en Lina spelen in de woonkamer. Ze zijn kleine speurneuzen. Ze zijn vier jaar. Ze zoeken stickers. De glinsterstickers uit het glazen potje zijn weg.
"Noor, waar zijn de sterren?" vraagt Sam.
"Niet in de doos," zegt Lina. "Niet op de tafel."
Ze zoeken rond. Ze vinden kleine glinsters op de vloer. Ze vinden een klein spoor van plak. Het is zacht en raar. "Een aanwijzing!" roept Noor.
Ze buigen zich. Ze kijken goed. De glinsters wijzen naar de bank. Ze zien een klein stukje folie. Ze zien een pluimpje. "Wie houdt van glans?" vraagt Sam.
De drie speurders praten. Ze maken een plan. Ze willen het zachte mysterie oplossen. Ze maken een val. Niet gemeen. Niet gevaarlijk. Een lichtval. Een lichtval die vriendelijk is.
Ze pakken een lamp. Ze pakken een doos. Ze maken de doos open. Ze leggen zilverpapier in de doos. Zilverpapier glanst. Ze leggen een klein hapje koek. Ze leggen een paar oude stickers als lokkertje. Ze zetten de lamp in de doos. De lamp schijnt zacht. Het licht flikkert niet. Het licht is warm.
"Nu wachten we," fluistert Lina.
"Zachtjes," zegt Noor.
Ze gaan zitten. Ze tellen tot tien. Ze tellen tot twintig. Ze zingen zacht. Ze luisteren.
Buiten klinkt een vogel. Binnen klinkt een zacht gekrabbel. Iets pluizigs snuffelt. Iets kleins glijdt over de vloer. De doos beweegt heel weinig. Een pootje pakt een stukje sticker. Een neus snuffelt aan het licht. Een klein geluidje: piep.
"Daar!" fluistert Sam. Ze kijken erin. In de doos ligt Kattom, de buurkat. Kattom blinkt van trots. Rond zijn snoet zitten glinsters. Kattom heeft de stickers verzameld. Hij houdt van glans. Hij vindt stickers leuker dan muizen.
Geen boosheid. Alleen lachen. Kattom spint. De kinderen aaien hem. Ze maken een kring. Ze praten zacht. "Kattom wilde spelen," zegt Noor. "Hij wilde delen," zegt Lina. Sam geeft Kattom een klein koekje. Kattom krijgt een zacht bedje naast de doos.
De kinderen leggen de stickers terug. Maar ze hebben een nieuw idee. "We delen de stickers," zegt Noor. "We maken allemaal een ster."
Ze plakken samen. Ze plakken een ster op Sam zijn trui. Ze plakken een ster op Lina haar kopje. Ze plakken een ster op Noor haar boek. Ze maken ook een ster voor Kattom. Kattom krijgt een zachte plakker op zijn kussen. Hij slaapt tevreden.
De speurtocht is klaar. Het mysterie is opgelost. Ze leerden iets klein maar fijn: delen is leuk. Samen denken is slim. Samen lachen is warm.
Ze ruimen op. Ze zetten de lamp uit. De kamer is rustig. De stickerpot is vol genoeg voor iedereen. Noor, Sam en Lina houden elkaars hand vast. Ze knikken. Ze zijn kleine speurneuzen. Ze delen. Ze slapen straks met een glimlach.