Het is een zonnige ochtend. Drie vriendjes zitten in de kring. Ze heten Noor, Sam en Mila. Ze zijn drie jaar. Ze lachen. Ze spelen. Vandaag is er een klein mysterie.
"Mijn bibliotheekbadge is weg," zegt Noor. Ze houdt haar handen tegen haar hart. De badge is klein en geel. Noor gebruikt de badge om boeken te lenen. Ze is een beetje verdrietig.
"Wij zoeken mee," zegt Sam. Hij draagt een rood petje. "We zijn speurneuzen!" zegt Mila. Ze klapt in haar handen. Ze draagt een blauwe jas. De drie vrienden maken een plan.
Eerst kijken ze in de klas. Ze zoeken onder tafels. Ze zoeken op stoelen. Ze zoeken in de poppenhoek. "Niet hier," zegt Noor. Ze zucht. Maar ze glimlacht. Ze voelt zich veilig met haar vrienden.
"Let goed op," fluistert Sam. "Kijk naar sporen." Sporen zijn kleine aanwijzingen. Ze zijn vriendelijk en zacht.
Mila vindt een stukje papier bij de boekenhoek. Het is een tekening van een zon. "Was deze hier?" vraagt ze. Noor kijkt. "Ja," zegt Noor. "Ik tekende een zon gisteren." Dat is een aanwijzing. De vrienden knikken.
Ze gaan naar de juf. De juf is lief. Ze zegt: "Goed zoeken, lieve speurneuzen. Vergeet de kast niet." De kast is hoog. Er staan kleurrijke boeken. Sam klimt op een klein trapje. Hij pakt een boek. Er zit niets binnen. "Kom," zegt hij. "We proberen verder."
Ze lopen naar de gang. Op de grond liggen kleine voetstapjes van vilt. De voetstapjes zijn roze en zacht. "Wie stapte hier?" vraagt Mila. "Misschien de knuffel," lacht Noor. Ze controleren de knuffelhoek. De knuffels zitten netjes. De badge is er niet.
Nu denken ze hard. Ze zitten op een kleine ronde mat. Ze leggen alle boeken naast elkaar. Ze tellen samen. "Één, twee, drie..." Ze tellen rustig. Tellen helpt om rustig te blijven. De juf geeft een knuffel. "Goed gedaan," zegt ze.
Dan heeft Sam een idee. "Misschien zette jij de badge in je rugzak, Noor," zegt hij. Noor opent haar rugzak. Binnenin zit een broodtrommel met een sticker. En hoor! Daar glinstert iets geel achter de sticker. Noor pakt het voorzichtig. Het is haar bibliotheekbadge! Ze lacht. Haar ogen glanzen.
"Hoera!" roepen ze samen. Ze geven elkaar een hand. Ze vieren stil, want ze willen de klas niet storen. Samen lachen ze zacht. De juf glimlacht en zegt: "Wat fijn dat jullie samen zo goed hebben gezocht."
Noor voelt zich blij en veilig. Ze zegt dankjewel tegen Sam en Mila. "Jullie hielpen me," zegt ze. "We lossen het samen op," zegt Mila. "Samen is fijn," zegt Sam.
Later gaan ze naar de bibliotheek. Noor toont haar badge en kiest een boek met Grote Dieren. De vriendjes zitten samen op de bank. Ze lezen en luisteren. De zon schijnt door het raam. Alles is rustig en warm.
Die avond slapen Noor, Sam en Mila tevreden. Ze dromen van nieuwe speurtochten. Ze weten: samen zoeken is leuk. Samen vinden ze het antwoord. Ze helpen elkaar. Ze zijn vriendelijk en vol respect. En morgen begint een nieuw klein avontuur.