Hoofdstuk 1: Welkom in Glimstad
“Goedemorgen, Finn,” zegt mama zachtjes.
“Goedemorgen, mama,” zegt Finn met een grote glimlach. Finn is drie jaar oud. Vandaag is een speciale dag. Finn mag naar het RoboZomerKamp in Glimstad.
Glimstad is heel bijzonder. De straten zijn vrolijk en schoon. Overal rijden kleine, glanzende autootjes zonder iemand achter het stuur. Grote bloemen groeien langs de weg. De gebouwen dansen een beetje in de zon. De deuren gaan vanzelf open en dicht.
“Mama, kijk! Dat huis knipoogt naar mij!” roept Finn.
“Ja, Finn, de huizen in Glimstad kunnen praten en glimlachen,” zegt mama.
Finn lacht. “Mag ik met het huis praten?”
“Natuurlijk, zeg maar hallo!”
Finn zegt: “Hallo huis!”
Het huis fluistert zachtjes terug: “Hallo, kleine Finn. Welkom.”
Finn zwaait blij met zijn hand. Alles in Glimstad is nieuw voor hem. Mama en Finn lopen naar het RoboZomerKamp. Daar wachten grote blauwe ballonnen en een lieve robot.
Hoofdstuk 2: Het RoboZomerKamp
“Hallo Finn,” zegt de robot. “Ik ben Bobbie, je vriend vandaag.”
Finn kijkt Bobbie aan. Bobbie heeft glinsterende ogen en zachte armen.
“Hallo Bobbie. Mag ik met jou spelen?” vraagt Finn.
“Ja, Finn, we gaan samen leren en spelen,” zegt Bobbie.
Mama zwaait. “Tot straks, Finn. Veel plezier!”
Finn pakt Bobbies hand. Ze lopen samen naar binnen. Overal zijn andere kinderen en robots.
Bobbie zegt: “Finn, in Glimstad zijn auto's die zelf rijden. Kijk, daar buiten!”
Finn kijkt door het raam. “Die auto beweegt zonder papa of mama!” zegt Finn verrast.
“Ja, Finn, de auto's zijn slim. Ze weten zelf waar ze naartoe moeten.”
Finn knikt. “Slimme auto's. Dat vind ik leuk!”
Binnen fluistert een muur zachtjes: “Hoi Finn, wil je een liedje horen?”
Finn lacht. “Ja, graag!”
De muur zingt een vrolijk liedje. Finn wiegt heen en weer op de muziek.
Bobbie zegt: “Finn, zullen we samen een tekening maken op het vloerlicht?”
Finn zegt: “Ja, Bobbie. Ik teken een huis met een grote deur.”
Het vloerlicht verandert in de kleuren van Finns tekening.
“Mooi gedaan, Finn,” zegt Bobbie.
Finn giechelt. “Dank je, Bobbie. Mag ik ook een vliegende auto tekenen?”
“Natuurlijk, teken maar!”
Samen tekenen ze vliegende auto's en lachende huizen.
Hoofdstuk 3: Finn leert over de toekomst
Bobbie zegt: “Wil je zien hoe we eten maken met de robot-kok?”
Finn knikt. “Ja!”
Ze lopen naar de keuken. In de keuken rolt een ronde robot.
“Hallo Finn, wat wil je eten?” vraagt de robot-kok.
Finn denkt na. “Pannenkoek met banaan!”
De robot-kok maakt snel een pannenkoek. Finn kijkt met grote ogen.
“Dat gaat snel!” roept Finn.
“Robots helpen ons graag,” zegt Bobbie.
Na het eten zegt Bobbie: “In Glimstad leren we elke dag iets nieuws. De robots helpen ons. De huizen helpen ons. Alles in Glimstad wil dat je blij bent.”
Finn kijkt om zich heen. “Alles is lief in Glimstad!”
Bobbie knikt. “Wil je iets leren over planten?”
“Ja!” zegt Finn.
Buiten groeien bloemen die zachtjes draaien naar het licht.
Bobbie zegt: “Deze bloemen drinken zelf water. Ze weten zelf wanneer ze dorst hebben.”
Finn aait voorzichtig een bloem. “Zachte bloem,” fluistert hij.
Aan het einde van de dag komt mama weer.
“Heb je plezier gehad, Finn?” vraagt mama.
“Ja, mama! De huizen praten, de auto's rijden zelf, en Bobbie is mijn vriend!”
Mama geeft Finn een knuffel. “Wat fijn, Finn. Heb jij veel geleerd?”
Finn knikt. “Ik wil morgen weer naar het RoboZomerKamp.”
Bobbie zwaait met een glimlach.
“Tot morgen, Finn!”
Finn zwaait terug.
“Tot morgen, Bobbie!”
Samen lopen Finn en mama naar huis. De gebouwen glimlachen. De auto's zoemen zachtjes. De bloemen wiegen in de avondzon.
Finn kijkt om zich heen en fluistert: “In Glimstad is alles lief. Alles helpt mij. Ik ben blij.”
Mama knuffelt Finn nog eens. Samen dromen ze van een nieuwe dag vol robots, vrolijke huizen en slimme bloemen.
En in Glimstad is het altijd een beetje feest.