Milo is vier. Het is bedtijd. Zijn kamer is zacht en warm. De lamp maakt een klein rond lichtje op de muur.
Milo kruipt onder zijn deken en zegt: “Kijk, ik kan knipperen!”
Hij knippert één keer. Knip.
Hij knippert twee keer. Knip.
Hij knippert drie keer. Knip.
En precies bij die derde knip gebeurt iets grappigs.
Op de stoel ligt zijn pyjama. Maar Milo kijkt en fluistert: “Hé… dat is een pannenkoek.”
De pyjama heeft twee mouwen. Milo ziet ze als pannenkoek-armen.
“Pyjama, jij bent een pannenkoek?” vraagt Milo.
De pyjama zegt niks. Hij ligt gewoon stil. Dat is ook een soort antwoord.
Milo knippert weer drie keer. Knip. Knip. Knip.
Nu lijkt zijn kussen ineens op een grote, witte kaas.
“Hallo, Kaas-Kussen,” giechelt Milo. “Ben jij zacht of ben jij… smelt?”
Zijn teddybeer ligt naast hem. Milo knippert drie keer. Knip. Knip. Knip.
O nee! De teddybeer lijkt op een kleine burgemeester met pluizige oren.
“Goedenavond,” zegt Milo met een deftige stem. “Meneer de Burgemeester-Beer.”
Hij buigt. De beer buigt niet terug, want beren in bed doen meestal rustig.
Mama steekt haar hoofd om de deur. “Alles goed, Milo?”
Milo knikt. “Ja! Mijn pyjama is een pannenkoek, mijn kussen is kaas, en mijn beer is de baas.”
Mama lacht zacht. “Wat een gezellige kamer.”
Ze legt de pyjama op Milo's voeten. “Kijk,” zegt ze, “pannenkoek-pyjama houdt je warm.”
Ze klopt op het kussen. “En kaas-kussen houdt je hoofd blij.”
Ze geeft de beer een kus op zijn neus. “En burgemeester-beer bewaakt jouw dromen.”
Milo knippert nog één keer. Knip.
Alles is weer gewoon. Pyjama. Kussen. Beer. Toch blijft het grappig in zijn buik.
Milo zucht tevreden. “Dankjewel, bed,” fluistert hij. “Dankjewel, mama. Dankjewel, knip-oogjes.”
Mama trekt het dekentje hoger. “Slaap maar fijn.”
Milo's zinnen worden langer en zachter. Zijn ogen worden zwaar, heel zwaar.
En vlak voor hij wegdrijft, zegt hij heel simpel: “Ik wens een fijne nacht voor iedereen.”