In een klein huis met zachte lampjes trekt dokter Noor haar witte jas aan. Ze is een jonge vrouw met warme ogen. Ze pakt haar tas. In de tas zitten een stethoscoop, pleisters, een lampje en een klein boekje.
Noor loopt naar de wachtkamer. Daar zit Sam, een peuter, op schoot bij papa. Sam wrijft in zijn oog.
“Hallo Sam,” zegt Noor. “Kom je mee?”
Sam knikt. In de kamer staat een bed. Er is ook een stoel voor papa. Noor wast haar handen met zeep. Het ruikt fris.
“Waarom wassen?” vraagt Sam.
“Zo blijven de kiemen klein,” zegt Noor. “Dan blijft je lijf sterk.”
Noor kijkt naar Sams oog met haar lampje. “Ik zie een korreltje stof,” zegt ze. Ze pakt een zacht doekje. Ze maakt het nat met schoon water. Heel rustig veegt ze langs het oog.
“Zo,” zegt Noor. “Kijk eens.”
Sam knippert. “Beter,” zegt Sam.
Noor glimlacht. “Goed gedaan. Jij bleef stil. Dat helpt.”
Dan legt Noor de stethoscoop op Sams borst. “Luister,” zegt ze. “Boem-boem. Dat is je hart.”
Sam lacht. “Boem-boem!”
“En je longen doen: pfff,” zegt Noor. “Adem maar in.”
Sam doet “pfff”. Noor knikt. “Mooi.”
Noor pakt een klein boekje met plaatjes. “Wil je weten wat een dokter doet?” vraagt ze.
“Ja,” zegt Sam.
“Ik kijk, ik luister, ik voel,” zegt Noor. “Ik help bij pijn. Ik plak een pleister. En ik leer je ook: water drinken, groente eten, slapen, en handen wassen.”
Sam krijgt een kleine sticker met een zon. “Voor jou,” zegt Noor. “Voor dapper zijn.”
Papa zegt: “Dank je, dokter Noor.”
Noor zwaait. “Slaap straks zacht,” zegt ze. Buiten is de avond stil.
Samen werken en lief zijn helpt je lijf gezond te blijven.