Er was eens een dokter, een vriendelijke man. Hij werkte in een klein, warm kantoor. Zijn naam was dokter Jan. Dokter Jan hielp kinderen en volwassenen. Hij wilde dat iedereen zich beter voelde.
“Hallo, ik ben dokter Jan!” zei hij met een glimlach. “Wat kan ik voor je doen?” De kinderen kwamen altijd naar zijn kantoor. Ze waren soms bang, maar dokter Jan maakte ze snel gerust. “We gaan samen spelen!” zei hij. “Kijk, dit is mijn stethoscoop!”
De kinderen lachten en wilden het ook proberen. “Ik luister naar je hart!” zei dokter Jan. De kinderen gaven hun hart een klop. “Boem, boem, boem!” klonk het vrolijk.
Op een dag kwam er een meisje met een grote schram. “Au!” zei ze. Dokter Jan knielde bij haar neer. “Geen zorgen, ik help je!” zei hij rustig. Hij maakte de schram schoon en plakte er een mooie pleister op. “Nu ben je weer veilig,” zei hij.
Het meisje glimlachte. “Dank je, dokter Jan!”
Dokter Jan voelde zich goed. “Ik wil iedereen helpen!” zei hij blij. En zo hielp dokter Jan elke dag, met liefde en geduld. Iedereen in de stad voelde zich beter door zijn zorg.