Op een mooie ochtend gaat dokter Lisa naar haar werk. Ze heeft een witte jas aan. Lisa is een dokter. Ze helpt mensen beter worden.
In het ziekenhuis zijn er veel kamers. In elke kamer ligt iemand die hulp nodig heeft. Lisa heeft een grote tas bij zich. In de tas zitten pleisters, een stethoscoop en een knuffelbeer.
Lisa gaat naar de eerste kamer. Daar ligt een jongen, Tim. Tim heeft een zere knie. "Au!" zegt Tim. Lisa lacht en zegt: "Laten we je knie even bekijken." Ze maakt de knie schoon en plakt er een pleister op. "Voel je je beter?" vraagt Lisa. Tim knikt en glimlacht. "Dank je wel, dokter Lisa!"
In de volgende kamer is een meisje, Anna. Ze hoest een beetje. Lisa luistert met haar stethoscoop naar Anna's borst. "Het klinkt als een kleine verkoudheid," zegt Lisa. Ze geeft Anna een glas water en een knuffelbeer. "Deze beer zal goed voor je zorgen."
Anna lacht en houdt de beer stevig vast. "Dank je, dokter Lisa," zegt ze zachtjes.
Als laatste bezoekt Lisa een oude man, opa Jan. Opa Jan heeft een warme deken nodig. Lisa legt de deken zachtjes over hem heen. "Dank je, Lisa," zegt opa Jan.
Lisa zwaait naar iedereen als ze naar huis gaat. Ze is blij dat ze kon helpen. Ze weet dat iedereen snel beter zal worden.
Dokter Lisa is een goede dokter. Ze zorgt voor iedereen met veel liefde. Samen maken ze de wereld een beetje beter, elke dag weer.
Lief zijn voor elkaar maakt alles fijner.