Er was eens een lieve dokter, dokter Anna. Ze werkte in een groot ziekenhuis. Dokter Anna hielp kinderen beter te worden. Elke dag droeg ze een witte jas en een grote glimlach.
"Eens kijken wie ik vandaag mag helpen," zei dokter Anna blij. Ze liep naar de kamer waar kleine Max zat. Max had een beetje pijn in zijn buikje.
"Dag Max," zei dokter Anna zachtjes. "Wat voel je vandaag?"
Max keek op en zei, "Mijn buikje doet pijn, dokter Anna."
Dokter Anna knikte. "Laten we eens kijken," zei ze. Ze luisterde met een stethoscoop en keek heel goed.
"Hmmm," zei dokter Anna nadenkend. "Ik denk dat je buikje rust nodig heeft. Misschien wat soep en een dutje?"
Max lachte. "Soep en een dutje klinken goed!"
Maar opeens hoorde dokter Anna een piep. Het was de telefoon! Een andere dokter had hulp nodig.
"Dokter Anna, kun je even kijken naar een puzzel?" vroeg de dokter aan de andere kant.
"Ik kom eraan!" zei dokter Anna. Ze ging snel naar de andere kamer. Daar zat een klein meisje, Lisa. Lisa voelde zich niet lekker.
"Hallo Lisa," zei dokter Anna. "Wat scheelt er?"
Lisa had een gekke hoest. Dokter Anna luisterde heel goed. "Ik weet wat het is," zei dokter Anna, blij dat ze het had ontdekt. "We gaan jou beter maken."
Dokter Anna gaf Lisa speciaal drankje. En al snel voelde Lisa zich beter. Ze zwaaide vrolijk naar dokter Anna en zei: "Dank u, dokter!"
Dokter Anna voelde zich blij. Ze had Max en Lisa geholpen. "Kinderen beter maken is het mooiste wat er is," zei dokter Anna met een glimlach. En zo ging dokter Anna verder met haar mooie werk, elke dag opnieuw.