Dokter Lotte werkte in een vrolijke kliniek. Ze had een grote glimlach en een witte jas. Dokter Lotte hielp kinderen en volwassenen om zich beter te voelen. "Ik hou van helpen!" zei ze altijd.
Op een dag kwam Tim naar de kliniek. Tim had pijn in zijn arm. "Au!" zei Tim. Dokter Lotte knielde bij hem neer. "Geen zorgen, Tim. Ik kijk even naar je arm," zei ze geruststellend. Ze gebruikte een stethoscoop en luisterde naar zijn hartje. "Boe!" zei het hartje. Tim lachte.
Plotseling kwam er een telefoontje binnen. "Een katje is gevallen!" zei de verpleegster. Dokter Lotte sprong op. "We moeten helpen!" riep ze. Ze en de verpleegster renden snel naar het katje.
Met liefde en zorg hielp Dokter Lotte het katje beter te maken. "Goed zo, kleine vriend," zei ze. Het katje miauwde blij.
Later gaf Dokter Lotte Tim een pleister. "Nu voel je je beter!" zei ze. Tim lachte. "Dank je wel, Dokter Lotte!"
Dokter Lotte voelde zich gelukkig. "Helpen is het mooiste beroep!" zei ze. En dat was het ook.