Mila is drie. Ze heeft een klein petje en een vergrootglas van plastic. Ze noemt zichzelf detective Mila. Vandaag speelt ze in de woonkamer. De zon maakt gele strepen op het vloerkleed.
Op de bank ligt mama's rode sjaal. Op tafel staat een kom met mandarijntjes. En in de hoek staat een mand met speelgoed.
Mila wil haar lievelingsknuffel pakken. Dat is Konijn. Konijn is zacht en ruikt een beetje naar was.
Maar… Konijn is weg.
Mila knippert met haar ogen. “Konijn?” fluistert ze.
Mama kijkt op van haar boek. “Wat is er, lieverd?”
“Konijn is weg,” zegt Mila. Ze klinkt niet bang, maar wel heel serieus.
Mama glimlacht. “Dan is het tijd voor detective Mila. Zullen we samen zoeken?”
“Ja!” zegt Mila. Ze zet haar petje recht. “Ik ga kijken. Ik ga denken.”
Mila legt haar vergrootglas op haar wang, alsof het heel belangrijk is. “Eerst: waar was Konijn het laatst?”
“In mijn armen,” zegt Mila. “Hier. Op de bank.”
Mila knikt langzaam. “Goed. Dan zoeken we rond de bank.”
Ze kijkt op de bank. Ze voelt met haar hand tussen de kussens. Ze tilt één kussen op. Kruimels! Een klein papiertje! Maar geen Konijn.
“Hint,” zegt Mila. “Er zijn kruimels. Wie eet kruimels?”
Papa roept vanuit de keuken: “Ik eet soms koekjes.”
Mila lacht. “Papa is een kruimel-maker.”
Mama wijst naar de vloer. “Kijk, Mila. Daar ligt iets wits.”
Mila bukt. Het is een klein wit pluisje. “Dat is van Konijn!” zegt ze blij. “Dus Konijn was hier.”
Mila kijkt naar links. Ze kijkt naar rechts. “Pluisjes zijn als sporen,” zegt ze. “Sporen gaan ergens heen.”
Ze ziet nog een pluisje bij de salontafel. Dan nog één bij de speelgoedmand.
Mila loopt langzaam, alsof ze een echte speurder is. “Stap voor stap,” zegt ze. “Niet rennen. Anders mis ik sporen.”
Bij de speelgoedmand ziet ze een blokje, een auto en een pop. Mila telt zacht. “Eén, twee, drie. Maar geen Konijn.”
Ze kijkt in de mand. Ze roert met haar hand. Het voelt koud van plastic speelgoed. Ze haalt een gele eend omhoog.
“Eend, heb jij Konijn gezien?” vraagt Mila.
Mama doet een gek stemmetje. “Kwaak! Ik zag iets zachts voorbij huppen!”
Mila giechelt. “Konijn kan niet echt huppen. Iemand heeft hem gedragen.”
“Wie woont er nog meer in de woonkamer?” vraagt mama.
Mila kijkt rond. “Ik. Mama. Papa. En… poes Pip!”
Pip ligt op het vloerkleed, heel rond, als een broodje. Pip kijkt lui.
Mila loopt naar Pip. “Pip, ben jij de knuffel-dief?”
Pip zegt: “Miauw.” Dat klinkt alsof het een grapje is.
Mila kijkt goed. Bij Pip ligt een touwtje. Mila pakt het touwtje op. “Dit is van mijn springtouw,” zegt ze. “Waarom ligt dit hier?”
Mama zegt: “Misschien heeft Pip ermee gespeeld.”
Mila knikt. “Als Pip speelt, schuift er iets mee. Dus… Konijn kan zijn meegeschoven!”
Mila kijkt naar de plekken waar dingen kunnen schuiven. Onder de bank. Onder de tafel. Onder het kastje.
Ze gaat op haar knieën. “Ik inspecteer de bank,” zegt ze heel plechtig.
Ze kijkt onder de bank. Het is donker, maar niet eng. Mila heeft haar kleine zaklampje. Ze klikt het aan. Een zacht rond lichtje.
Ze ziet stof. Ze ziet een sok. Ze ziet een bouwblok. En… iets met lange oren.
“Daar!” roept Mila. “Konijn!”
Mama klapt zachtjes. “Goed speurwerk!”
Mila schuift haar arm onder de bank. Ze kan er net bij. Ze trekt voorzichtig. Konijn komt tevoorschijn, een beetje stoffig op zijn buik.
Mila geeft Konijn een knuffel. “Je was verstopt,” zegt ze.
Papa komt kijken. “Hoe kwam Konijn daar?”
Mila denkt. Ze tikt met haar vinger op haar wang. “Ik heb sporen gezien. Pluisjes. En Pip had een touwtje. Pip heeft gespeeld. Konijn lag op de bank. Misschien viel hij. Of Pip trok hem een beetje. En toen schoof Konijn onder de bank.”
Mama knikt. “Dat is slim denken. Je keek naar aanwijzingen.”
Mila poetst Konijn met haar hand. “Volgende keer leg ik Konijn in de mand,” zegt ze. “Dan is het veilig.”
Papa lacht. “Detective Mila lost het weer op.”
Mila gaat zitten op de bank, met Konijn stevig vast. Pip komt erbij en wrijft met zijn kop tegen Mila's knie.
“Pip is niet stout,” zegt Mila. “Pip is gewoon speels.”
“Precies,” zegt mama. “En jij bent rustig gebleven. Dat is ook detective-werk.”
Mila kijkt naar haar vergrootglas. “Ik ben een goede speurder,” zegt ze zacht.
Dan eten ze samen een mandarijntje. Mila deelt een klein stukje met Konijn, alsof Konijn ook mee-eet. Iedereen lacht. De woonkamer voelt warm en gezellig. En het mysterie is opgelost.