Op een zonnige dag op zee, vaart kapitein Lotte op haar kleine, houten schip. De golven dansen en het zeewater spat vrolijk op. Lotte houdt van avontuur. Haar beste vriend, de papegaai genaamd Koko, zit op haar schouder.
"Land in zicht!" roept Koko. Lotte kijkt en ziet een klein eiland met palmbomen. Ze glimlacht. Daar ligt een schat verborgen, dat weet ze zeker.
Lotte en Koko stappen van boord. Het zand is zacht en warm. Koko fladdert op en neer. "Waar is de schat?" vraagt hij.
Lotte kijkt rond. Ze ziet een grote, oude kaart in haar hand. "We moeten de rode X vinden," zegt ze. Samen lopen ze door de jungle van het eiland. Ze horen vogels zingen en apen lachen.
"Pas op!" roept Koko plotseling. Voor hen ligt een diepe kuil. Lotte haalt diep adem. Ze denkt na. "We moeten eromheen," zegt ze. Ze loopt voorzichtig langs de rand. Koko vliegt boven haar.
Verderop vinden ze een grote rots. Hij is bedekt met mos. "Kijk, daar is de X!" roept Lotte blij. Ze begint te graven. Koko helpt met zijn snavel.
Na een tijdje horen ze een 'klonk'. Lotte haalt een oude kist uit de grond. Het is zwaar en vol verrassingen. Ze opent het deksel en ziet glinsterende munten en prachtige juwelen.
"We zijn rijk!" roept Koko vrolijk. De zon schijnt op de schat en alles glanst mooi. Lotte lacht. Ze voelt zich gelukkig en trots. "Nu kunnen we terug naar huis," zegt ze. Samen gaan ze terug naar het schip, klaar voor een nieuw avontuur.
Soms is de reis net zo leuk als de schat.