Op een zonnige dag op zee was kapitein Roos op haar piratenschip. Ze droeg een grote hoed en had een felrode jas aan. Het schip heette de Zeester. Roos hield van avontuur en lachen met haar vrienden.
"Land in zicht!" riep Piet, de papegaai. Roos keek door haar verrekijker. Daar was een klein eiland met palmbomen en een schatkaart!
Roos en haar bemanning, Sam en Mia, stapten in een kleine boot. Ze roeiden naar het eiland. "Waar is de schat, Piet?" vroeg Roos. Piet vloog in cirkels en zei: "Onder de grote steen!"
Samen duwden ze de steen weg. Daar was een kist! Roos opende de kist en vond... een stapel koekjes! "Koekjes!" lachte Roos. Iedereen lachte mee.
Maar, oh nee! De koekjes waren hard als steen. Roos dacht na. "Laten we ze in de zon leggen," zei ze. "Dan worden ze zacht."
Ze wachtten even en ja hoor, de koekjes werden zacht. Ze aten samen en dansten op het zand. "Dit is de beste schat!" zei Sam.
De zon ging onder en de sterren kwamen tevoorschijn. "Tijd om terug te gaan," zei Roos. "De zee wacht op ons."
Terug op de Zeester keken ze naar de maan. "Wat een avontuur," glimlachte Mia. Roos knikte. "Samen is alles leuker," zei ze.
En zo zeilden ze verder, naar meer avonturen en meer vriendschap.
Samen is alles leuker en avonturen zijn overal te vinden.