Lars en Sofie lopen hand in hand. Ze zijn in het dorp. Het is carnaval! Lars kijkt omhoog. "Kijk, Sofie! Grote ballonnen!" Sofie lacht. "Ja, en kijk, een clown!" De clown zwaait. "Hallo, kinderen!" zegt de clown. "Wil je een ballon?" Lars knikt. "Ja!" zegt hij. Sofie klapt in haar handen. "Ballon!"
Ze lopen verder. Ze zien een grote tent. "Wat is daarbinnen?" vraagt Sofie. "Laten we kijken!" zegt Lars. Ze gaan naar binnen. Wat een verrassing! Kleurrijke lampjes flikkeren overal. "Ooh!" zegt Sofie. "Mooi!"
Er is muziek. Lars begint te dansen. "Dansen, Sofie!" roept hij. Ze dansen samen. "La la la!" zingen ze. Plotseling komt er een prinses naar hen toe. "Hallo lieve kinderen!" zegt de prinses. "Willen jullie een snoepje?" Sofie knikt. "Snoepje!"
Ze eten hun snoepjes. Dan zien ze een draak. Maar deze draak is niet eng. Hij lacht. "Raaawrrr!" zegt de draak. Lars lacht. "Hallo, draak!" zegt hij. De draak knipoogt. "Jullie zijn dappere kinderen!"
Lars en Sofie lopen verder. Ze zien een tovenaar. "Abracadabra!" zegt de tovenaar. Plotseling verschijnen er glimmende sterren in de lucht. "Wauw!" roept Sofie. "Sterren!" Lars klapt in zijn handen. "Magie!"
Het wordt laat. Lars gaapt. "Moe," zegt hij. Sofie knikt. "Ja, moe." Ze lopen naar huis. "Dag, carnaval!" roept Sofie. "Dag, ballonnen!" zegt Lars. Ze zwaaien naar de sterren. "Tot ziens!" zeggen de sterren terug.
Thuis kruipen ze in bed. "Wat een leuke dag," fluistert Sofie. Lars knikt. "Ja, leuk." Hun ogen sluiten. Dromenland roept. Slaap zacht, Lars en Sofie. Slaap zacht.