Het was carnaval en de lucht was vol vrolijkheid. Kleine Wolfje was zo blij! "Ik ga dansen!", riep hij. De kleuren waren fel, de muziek klonk vrolijk en iedereen lachte.
Wolfje keek om zich heen. "Waar zijn mijn vrienden?" vroeg hij. Hij zag niemand. "Oh nee! Ik ben alleen!" Maar Wolfje gaf niet op. "Ik ga ze vinden!"
Hij sprong en huppelde door de mensenmenigte. "Hallo daar!" riep hij naar een grote, groene kikker. "Heb jij mijn vrienden gezien?" De kikker sprong omhoog. "Kijk daar, bij de grote trommel!" zei hij. "Ze zijn daar!"
Wolfje rende naar de trommel. Daar zag hij zijn vriendjes, de eekhoorn en de konijn. "Jullie zijn hier!" zei Wolfje blij. "Wat een leuk feest!"
Ze dansten samen. "Bam, bam, bam!" deed de trommel. Wolfje en zijn vrienden dansten vrolijk. "We zijn een team!" lachte de eekhoorn. "Ja, samen is het leuk!" zei het konijn.
Plotseling kwam er een grote kleurrijke vogel voorbij. "Kijk naar mij!" flapte de vogel. Wolfje en zijn vrienden keken. "Wauw! Wat mooi!" zeiden ze samen. De vogel maakte een pirouette en danste met hen mee.
De muziek speelde en de vrienden sprongen omhoog. "We zijn het beste team!" riepen ze. Wolfje voelde zich gelukkig. "Carnaval is het leukste feest!" zei hij.
De zon begon onder te gaan, maar de lucht was nog steeds vol met muziek en vreugde. "Laten we nog langer dansen!" zei Wolfje. En dat deden ze.
Ze dansten en lachten totdat het donker werd. Wolfje voelde liefde voor zijn vrienden. "Samen zijn we nooit alleen!" zei hij.
Carnaval was geweldig! En Wolfje had de beste dag ooit!