Het is carnaval! Kleurige ballonnen vliegen in de lucht. De muziek klinkt vrolijk. Een kleine jongen, Tim, houdt van carnaval.
“Waar zijn mijn vrienden?” vraagt Tim. Hij kijkt om zich heen. Veel mensen dansen en lachen. Tim voelt zich een beetje alleen. Hij moet zijn vrienden vinden!
“Hallo!” roept Tim. “Wie ziet mijn vrienden?” Een clown met een grote neus komt naar hem toe. “Hier ben ik!” zegt de clown. “Ik ben Felix! Zoek je iemand?”
“Ja, ik zoek mijn vrienden!” zegt Tim. “Heb je ze gezien?”
Felix wijst naar een grote wagen. “Daar is de wagen van de dansers! Misschien zijn je vrienden daar!” Tim rent naar de wagen. De dansers dragen mooie kostuums en glitter. Tim danst met hen. “Dit is leuk!” roept hij.
Maar waar zijn zijn vrienden? Tim kijkt nog eens. Hij ziet een meisje in een prachtig kostuum. “Ben jij mijn vriendin?” vraagt hij. “Nee, ik ben Lila!” zegt het meisje. “Maar kom met mij! We gaan naar de schmink!”
Tim en Lila gaan naar de schminkstand. De schminker maakt Tim een leeuw. “Roar!” doet Tim. Ze lachen samen.
“Waar zijn mijn vrienden?” vraagt Tim opnieuw. Lila zegt: “Laten we ze zoeken!” Ze houden elkaars hand vast. Samen gaan ze verder.
Opeens hoort Tim bekende stemmen. “Hier zijn we!” roepen zijn vrienden. Tim rent naar hen toe. “Ik heb jullie gevonden!”
Allemaal samen dansen ze. Het carnaval is geweldig! Tim is blij. Samen is het nog leuker!