Er was eens een kleine meid genaamd Lotte. Lotte was drie jaar oud en had een grote, zachte teddybeer. De teddybeer heette Knuffel. Ze nam Knuffel overal mee naartoe. Naar het park, naar de winkel, en zelfs naar bed. Maar op een mooie, zonnige ochtend, toen Lotte wakker werd, was Knuffel nergens te bekennen!
“Waar is Knuffel?” vroeg Lotte met grote, verdrietige ogen. Ze keek onder het bed, in de kast en zelfs in de badkamer. Maar Knuffel was weg!
Net op dat moment kwam haar vriendje Tom binnen. “Wat is er aan de hand, Lotte?” vroeg hij.
“Knuffel is kwijt!” zei Lotte met een traan in haar oog. “Ik weet niet waar hij is!”
“Geen paniek!” zei Tom. “We gaan hem zoeken. Samen kunnen we het mysterie oplossen!”
“Ja! Dat klinkt goed!” zei Lotte. “Waar moeten we beginnen?”
Tom dacht even na. “Laten we de woonkamer controleren. Misschien is Knuffel daar!”
Ze renden naar de woonkamer. De zon scheen door het raam en het was een gezellige ruimte. Lotte keek achter de bank en Tom keek onder de tafel. “Knuffel, waar ben je?” riep Lotte.
Maar Knuffel was nergens te bekennen.
“Misschien heeft iemand hem gezien,” stelde Tom voor. “Laten we naar de buren gaan en vragen.”
“Goed idee!” zei Lotte. Ze liepen naar de deur en belden bij de buren. De buurman, meneer De Vries, deed open.
“Hallo, meneer De Vries!” zei Tom. “Hebt u toevallig een grote teddybeer gezien?”
“Mmm, ik denk het niet,” zei meneer De Vries. “Maar ik zag jullie buurmeisje, Sara, gisteren in de tuin spelen met een knuffel. Misschien heeft zij iets gezien.”
“Dank u!” zei Lotte. “We gaan het vragen!”
Ze renden naar Sara's huis. Sara was ook drie jaar oud en hield van knuffels. Toen ze bij haar aanbelden, deed ze enthousiast open.
“Hoi, Lotte! Hoi, Tom!” zei Sara. “Wat is er aan de hand?”
“Knuffel is kwijt!” zei Lotte verdrietig. “Heb jij hem gezien?”
“Hmmm…” deed Sara terwijl ze nadacht. “Ik heb een grote, zachte knuffel gezien, maar ik weet niet of het Knuffel was. Ik zag hem in de speeltuin!”
“De speeltuin!” riep Tom. “Laten we snel gaan kijken!”
Ze renden naar de speeltuin. Het was een drukke plek met glijbanen, schommels en zandbakken. Lotte keek rond, maar kon Knuffel nergens vinden. “Waar kan hij zijn?” vroeg ze, terwijl ze de kinderen zag spelen.
“Misschien moeten we met de kinderen praten,” stelde Tom voor. “Zij weten misschien meer.”
Lotte knikte. “Ja, laten we vragen!”
Ze reikten naar een paar kinderen die aan het spelen waren. “Hallo!” zei Lotte vriendelijk. “We zoeken mijn teddybeer, Knuffel. Hebben jullie hem gezien?”
Een meisje met een rode jurk zei: “Ik heb een knuffel zien liggen bij de zandbak!”
“Bij de zandbak?” zei Tom opgewonden. “Laten we gaan kijken!”
De kinderen renden naar de zandbak. Toen ze aankwamen, zagen ze een grote, zachte teddybeer liggen. “Is dat Knuffel?” vroeg Lotte.
Ze holde naar de teddybeer en pakte hem op. “Ja! Het is Knuffel!” riep ze blij. “Dank jullie wel!”
“Hoe kwam Knuffel hier?” vroeg een ander kind. “Dat is vreemd!”
Lotte keek naar Tom en zei: “Misschien weten we het niet, maar we hebben hem gevonden! Dat is het belangrijkste!”
“Ja!” zei Tom. “Maar laten we het nog eens goed onderzoeken. Wie weet hoe het kwam dat hij hier was?”
Misschien had iemand hem per ongeluk meegenomen? Misschien hadden ze te maken met een mysterie!
Lotte knikte. “Laten we de anderen vragen of ze iets weten!”
Ze gingen terug naar de andere kinderen en vroegen: “Wie heeft Knuffel naar de zandbak gebracht?”
Een jongen met een pet zei: “Ik zag een grote jongen op de schommel met een knuffel. Misschien heeft hij het per ongeluk laten vallen!”
“Oh!” zei Lotte. “Misschien is dat waar!”
“Laten we die jongen zoeken!” stelde Tom voor.
Ze keken rond en zagen een jongen op de schommel. “Hé, jij daar!” riep Lotte. “Heb jij Knuffel verloren?”
De jongen stopte met schommelen en keek hen aan. “Ja! Dat is mijn knuffel! Ik heb hem hier gelaten toen ik ging spelen!”
Lotte en Tom keken verbaasd naar elkaar. “Dus jij hebt hem meegenomen?” vroeg Tom.
“Ja, maar ik ben vergeten hem terug te zetten,” zei de jongen verontschuldigend. “Sorry!”
Lotte glimlachte. “Het maakt niet uit. We hebben Knuffel weer!” En ze gaf hem een dikke knuffel.
“Wat een avontuur!” zei Tom. “We zijn echte detective geworden!”
“Ja!” zei Lotte. “Dank jullie allemaal voor jullie hulp!”
En zo gingen Lotte, Tom en Sara, met Knuffel op hun schoot, terug naar huis. Het was een mooie dag vol avontuur en vriendschap. Lotte leerde dat zelfs als er iets kwijt is, vrienden altijd kunnen helpen om het mysterie op te lossen.
En Knuffel? Die kreeg een veilige plek op Lotte's schoot, zodat hij nooit meer kwijt zou raken. Het avontuur was voorbij, maar de herinnering zou altijd blijven!
Einde.