Op een zonnige ochtend wordt de kleine wolf Woes wakker in zijn holletje. Zijn neusje ruikt iets bijzonders. In de verte hoort hij trompetten, trommels en een heleboel gelach. “Wat is dat?” vraagt Woes zich af. Zijn staart kwispelt van nieuwsgierigheid. Hij rent door het bos, springt over een dennenappel en struikelt bijna over zijn eigen pootjes.
Achter de struiken ziet Woes een grote, kleurrijke circustent. De tent is rood en geel, en er hangen vlaggetjes overal. Kleine lichtjes knipperen vrolijk. Woes gluurt naar binnen. Binnen ziet hij dieren in rare pakken. Een beer rolt op een bal, een eekhoorn zwaait aan een touw, en een kikker draagt een hoge hoed.
“Wauw!” roept Woes. “Wat een feest!” Plots struikelt hij over een touw en rolt dwars de piste op. Alle dieren kijken verbaasd. De beer begint te lachen. “Kijk, daar is een nieuwe artiest!” zegt de beer met een bromstem.
Woes staat op. Zijn vacht zit vol zaagsel. “Sorry!” piept hij. Maar de circusdirecteur, een oude uil met een gouden bril, lacht vriendelijk. “Welkom, kleine wolf,” zegt hij. “Kom, we laten je alles zien!” Woes voelt zich ineens heel blij.
De muisjes in glimmende jasjes nemen Woes mee achter de schermen. Daar ruikt het naar popcorn en verf. Een stoere konijnentweeling oefent een pirouette en een schildpad poetst zijn trompet. “Wil je iets leren?” vraagt de schildpad. Woes knikt.
De eekhoorn laat hem zien hoe je over een touw loopt. Maar Woes wiebelt zo hard dat hij op zijn bips ploft. Iedereen lacht. De beer probeert hem te leren jongleren met sinaasappels, maar Woes vangt er geen één. “Geeft niks!” zegt de beer. “Oefening baart kunst!”
Woes probeert de trompet van de schildpad. Hij blaast, maar uit de trompet komt een gek kuchje. “Prrroet!” klinkt het. Iedereen lacht nog harder. “Dat was een speciale noot!” roept het konijn. Woes giechelt.
Plots hoort hij het publiek klappen. De voorstelling begint! “Kom mee, Woes!” zegt de uil. “Je mag meedoen met de parade!” Woes is een beetje zenuwachtig. “Wat als ik val?” fluistert hij. “Dan lachen we samen,” zegt de beer geruststellend.
De dieren trekken hun mooiste pakken aan. Woes krijgt een grote strik om zijn nek en een hoed op zijn kop. Ze marcheren samen de piste op. Woes loopt tussen de muisjes en de konijnen. Hij zwaait naar het publiek. Plots struikelt hij weer over zijn eigen staart, maakt een koprol en landt precies in een bak popcorn! Popcorn vliegt overal. Het publiek klapt en lacht.
“Woes is onze clown!” roept de uil vrolijk. Woes voelt zijn wangen warm worden. “Dat was niet expres,” zegt hij zachtjes. “Dat maakt het zo leuk!” zegt de beer. “Bij ons gaat het niet om wie het beste is, maar om samen plezier te maken.”
De voorstelling eindigt met een grote buiging. Woes buigt diep, maar zijn hoed valt af en rolt de piste door. De muisjes rennen achter de hoed aan en de konijnen maken een sprongetje. Iedereen lacht en klapt. Woes lacht het hardst.
Na de show zitten alle dieren samen en delen ze popcorn. “Wat een dag!” zegt Woes. “Dankjewel dat ik mee mocht doen.” De uil knipoogt. “Iedereen hoort erbij in het circus, vooral als je soms struikelt.” Woes knikt en voelt zich helemaal thuis. Het circus is nu een beetje zijn familie.