Op een ochtend werd Lila wakker in haar bedje. Ze hoorde muziek in haar hoofd. “Tik-tik, tok-tok,” zei haar rechtervoet. “Tik-tik, tok-tok,” zei haar linkervoet. Lila lachte en sprong uit bed. “Vandaag ga ik mijn eigen ritme maken!” riep ze blij.
Lila woonde in een grote, bonte circustent. Overal hingen gekleurde slingers. De olifant sliep nog met zijn slurf op een kussen. De clown snurkte met een rode neus in een hangmat. Maar Lila was al klaarwakker. Ze trommelde met haar voeten over de vloer. “Tik-tik, tok-tok!” klonk het.
Ze liep naar de piste, waar de zon door het tentdoek scheen. De vloer was rond en glad. Lila zette haar voeten stevig neer. “Ik ga een pasjesdans maken!” zei ze trots. Ze stapte: tik-tik naar voren, tok-tok naar achteren, spring-spring opzij. Haar pyjamabroek wapperde vrolijk mee.
Plots kwam de kleine hond, Bello, aangerend. Bello blafte: “Woef-woef!” en sprong om Lila heen. “Doe je mee?” vroeg Lila. Bello kwispelde en tikte met zijn pootjes op de grond. “Tik-tik, woeffel-tok!” lachte Lila.
Toen kwam meneer Banaan, de clown, binnen. Zijn broek zat achterstevoren. “Wat hoor ik daar voor een vrolijk liedje?” vroeg hij slaperig. “Wij maken een ritmedans!” zei Lila. Meneer Banaan deed een gekke sprong en viel bijna over zijn schoenen. Lila giechelde. “Je broek zit verkeerd om!” Meneer Banaan keek verbaasd en draaide zich snel om, maar nu zat zijn hoed scheef. Iedereen moest lachen.
Nu kwamen de acrobaten. Ze rolden door de tent en riepen: “Wat een muziek!” De acrobaten sprongen in de lucht en klapten in hun handen. “Mag ik ook meedoen?” vroeg de olifant slaperig. “Natuurlijk!” riep Lila. De olifant maakte hele zachte stampen: “Boem-boem!” De piste trilde een beetje, maar Lila voelde zich veilig. “Iedereen doet mee zoals hij wil!” zei ze blij.
Samen maakten ze een bonte stoet. Lila voorop met haar tik-tik, tok-tok, Bello met zijn woef-woef, meneer Banaan met zijn gekke sprongen, de acrobaten met hun klap-klap-klap, en de olifant met boem-boem. Ieder klonk anders, maar samen was het één vrolijk lied.
Achter het gordijn keek mevrouw Pauw, de directeur. Ze zwaaide met haar veerstaart. “Wat een prachtig ritme!” riep ze. “Zo verschillend, zo mooi samen!” Iedereen glimlachte. Lila voelde zich trots. “Iedereen mag zijn eigen geluid maken,” zei ze. “Dat maakt ons circus speciaal!”
Toen was het tijd voor ontbijt. Meneer Banaan liet zijn kom cornflakes vallen. “Oeps!” riep hij. De cornflakes sprongen over de vloer. Bello at ze lachend op. Lila lachte zo hard dat haar voetjes vanzelf weer tikten. “Tik-tik, tok-tok, cornflakes op de grond!”
Na het ontbijt gingen ze nog één keer samen dansen. De zon scheen warm door het tentdoek. Lila wist: in het circus mag je altijd jezelf zijn. Samen dansen, samen lachen, samen zijn.
En als Lila moe was, kroop ze in haar bedje. De muziek in haar hoofd wiegde haar zachtjes in slaap. “Tik-tik, tok-tok.” Iedereen in het circus sliep rustig, met een glimlach op hun gezicht.