In het grote, vrolijke circus woont Beer Bram. Bram is zacht en pluizig. Bram houdt van confetti. Confetti glinstert. Confetti danst.
Na de show ligt de piste vol kleur. Plop, plop, plop, vallen de papiertjes. “Oeps,” zegt de clown. “Wat een bende!” De clowns lachen. De acrobaat zingt: “Opruimen, opruimen!” Bram pakt zijn mand. Zijn mand is groot en geel. “Ik help!” zegt Bram met een grote glimlach.
Bram buigt. Hij raapt een blauw hartje. Hij raapt een rood sterretje. Hij raapt een klein groen vlindertje. Elke confetti is een klein feestje. Bram zingt: “Raap, raap, rap!” De andere dieren kijken. De muisjes klappen. De tijger tikt met zijn poot. Iedereen helpt een beetje.
Maar o jee, de confetti glijdt weg. Een windvlaag blaast door de tent. Woei! De confetti vliegt omhoog. Bram springt. “Hup!” zegt hij. Hij springt op zijn tenen. Hij zwaait met zijn armen als een vlag. Pluimpjes kietelen zijn neus. “Achoo!” niesde Bram. De confetti regent terug. Iedereen lacht.
Achter de gordijn is de muzikant. Hij trommelt zacht. Zijn trommel zegt: “Bum, bum.” De lampen knipperen als glimlachjes. De fakir speelt tikkende bellen. Bram legt confetti in kleine hoopjes. Hij deelt de hoopjes met zijn vrienden. “Voor jou,” zegt Bram en geeft een goudkleurig rondje aan de clowns. “Voor jou,” zegt hij en geeft een glimmend driehoekje aan de acrobaat.
De kinderen in het publiek roepen: “Bravo!” Ze zwaaien met hun handjes. Bram wandelt langs de stoelen. Hij strooit een paar papiertjes langzaam. Als confetti zacht valt, voelt het als sneeuw van geluk. Een meisje vangt een stukje en deelt het met haar buurvrouw. Delen maakt iedereen blij.
Aan het einde zit Bram op zijn krukje. Zijn mand is bijna vol. De tent ruikt naar popcorn en sinaasappel. De directeur klopt op zijn hoed. “Dankje, Bram,” zegt hij. Bram voelt zich warm vanbinnen.
De lichtjes dimmen. De maan kijkt binnen. Bram sluit zijn ogen en droomt van confetti. Morgen is er weer show. Morgen zal Bram weer rap rap rap opruimen. En iedereen zal weer delen en lachen.