Op een zonnige dag spelen Anna, Tom, Lisa en Max in de tuin. Ze zijn allemaal bijna twee jaar oud. Ze lachen en maken plezier. Het gras is groen en de bloemen bloeien.
"Kom, laten we met de bal spelen!" zegt Anna vrolijk. Ze rolt de bal naar Tom. Tom lacht en rolt de bal naar Lisa.
Lisa pakt de bal vast en kijkt naar Max. "Vang de bal, Max!" roept ze. Max probeert de bal te vangen, maar hij struikelt en valt. Max begint te huilen.
Anna rent naar Max toe. "Niet huilen, Max," zegt ze zacht. Tom en Lisa komen ook snel naar Max. "We helpen je," zegt Tom.
Anna geeft Max een dikke knuffel. Lisa pakt Max' hand vast. "Kijk, we staan samen op," zegt Lisa.
Max stopt met huilen. Hij kijkt naar zijn vrienden en glimlacht. "Dank je," zegt Max. "Jullie zijn mijn beste vrienden."
De kinderen zitten samen in het gras. Ze delen koekjes en drinken limonade. "Wat is vriendschap fijn," zegt Tom. Ze lachen allemaal.
Anna kijkt naar de blauwe lucht. "We zijn een team," zegt ze. Lisa knikt. "Ja, we helpen elkaar altijd," zegt ze blij.
Max kijkt naar zijn vrienden. "Vriendschap is speciaal," zegt hij. "Ik ben blij met jullie."
Ze spelen nog lang samen in de tuin. De zon schijnt, en de kinderen zijn gelukkig. Ze weten dat vrienden altijd voor elkaar zorgen.
Aan het einde van de dag zijn ze moe, maar blij. "Tot morgen," zegt Anna. "Ja, tot morgen," antwoorden Tom, Lisa en Max samen.
Ze zwaaien naar elkaar en gaan naar huis. Ze weten dat hun vriendschap een schat is. Samen spelen is het allerbeste wat er is.